<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" ?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
<channel>
  <atom:link href="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/rss.php" rel="self" type="application/rss+xml" />
  <title><![CDATA[Mijn verhaal]]></title>
  <description><![CDATA[Website description]]></description>
  <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/</link>
  <item>
    <title><![CDATA[Kostschool Tantes]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Mijn-verhaal/De-bevrijding/Naar-Nederland/Kostschool-Tantes/kostschool-tantes1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Mijn-verhaal/De-bevrijding/Naar-Nederland/Kostschool-Tantes/kostschool-tantes1.html</guid>
    <description><![CDATA[Als vader niet hertrouwde, dan zouden wij net als andere ( half ) wezen naar een kindertehuis moeten. Wij werden over het hele land verspreid. Trees kreeg onderdak in Venlo. Eerst bij oom Louis en tante Eugenie van de Grinten ( de bekende farmaceut). Ze had het daar heel moeilijk. Onaangepast als zij was. Trees moest ineens doen wat anderen haar zeiden. Terwijl ze al zo’n volwassen leven met verantwoordelijkheden achter de rug had. Niemand begreep dat. Ze werd eens met een pakje naar het postkantoor gestuurd. Zat toen huilend op de stoep. Ze wist immers helemaal niet hoe dat moest! Later werd het beter voor haar, toen kwam zij bij oom Toon de apotheker, ook in Venlo. Nel ging op kostschool, het pensionaat Jeruzalem, toen nog in Eijsden bij Maastricht. Wies kreeg heel lieve pleegouders, die ze oom Joep en tante Hannie noemde, ook in Venlo. <br /><br />Claartje en ik op kostschool bij de Zusters van Liefde in Bussum. Wij sliepen samen op een eenpersoons chambretje. ( we waren van de bedeling, en dat hebben we geweten! ). Ons chambretje was vlak tegenover het chambretje van de slaapzaalnon, zodat die ons goed in de gaten kon houden! We moesten lange wollen kousen dragen. Die werden met een elastiekje op zijn plaats gehouden en zakten natuurlijk af. Niemand kwam op het idee om dat te verhelpen. En zelf wisten wij natuurlijk niet wat daar aan te doen. De soldatendekenjas, door Trees gemaakt bood mij niet genoeg warmte en ik zag er natuurlijk niet uit! Dit alles en ons nog kale hoofd ( ik was gelukkig nog niet ijdel, eten was immers het belangrijkst! ) en het feit dat wij op kosten van de gemeenschap daar waren, bevorderde niet ons aanzien. Wij waren tuig uit Indonesië en in principe onbetrouwbaar. Als ik te dicht bij iemands jas , die aan de kapstok hing, stond, werd mij gezegd daar van weg te gaan. Er was eens een reep weg en wij werden onmiddellijk verdacht. Het was een “Lindt”chocoladereep. Wij wisten toen nog niet wat dat was! Als we “gelucht “ werden in het speelkwartier, ging ik al vast dicht bij de deur staan, zodat ik het eerste binnen zou zijn en van de kou verlost.Ook moesten wij in die eerste jaren in Nederland onze leerachterstand inhalen Dat ging moeilijk, want onze hersens waren nog ondervoed.Wij werden daar zo gepest,ook door de nonnen, dat Claartje en ik er over dachten weg te lopen. Dat wij het niet deden kwam omdat ons duidelijk gemaakt werd dat ons leven er dan nog beroerder uit zou gaan zien. Brieven werden niet gecensureerd. We klaagden bij vader. Die sprak later over de Zusters van Liefde, die Krengen van Barmhartigheid waren! <br /><br />Onze grote nichten zorgden voor een moederfiguur, Mariëtte Welsing. Een vriendin van Laure Jansen, een dochter van tante Bets Jansen, zuster van vader Pierre, werd gekoppeld aan onze vader. Claartje en ik vonden het prachtig, waren bruidsmeisjes en de bruiloft werd gevierd in het Brabantse plaatsje Welberg op 21 november 1946..<br /><br /><img src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/81.jpg" style="border: none;" /><br /><br />Claartje mocht van kostschool en ging bij vader en onze nieuwe moeder in Rotterdam wonen, waar deze een appartement had in de Kortenaerstraat. (Schuin tegenover het huis van opa Middendorf! ) Dat bracht met zich mee, dat ik bij Nel op kostschool geplaatst werd. Nel was heel braaf en werd mij steeds tot voorbeeld gesteld. Ik was niet zo braaf. Avontuurlijk als ik was probeerde ik soms hoe ver ik gaan kon. Hier deed ik mijn plechtige communie. Ik kreeg van oom Jozef, broer van moeder Mariëtte, een groen stenen kruis. Daar ik heimwee had naar moeder en mijn lappenf pop uit het kamp ( alles werd vanwege de luizen verbrand) miste, nam ik dat kruis maar mee naar bed! Deze kostschool was goed, maar ook streng. Het was het pensionaat Jerusalem uit Venray, dat op dat moment ondergebracht was in een klooster in Eysden. Dit gebouw is nu het stadhuis van Eysden. Ik wil er nog eens een kijkje gaan nemen, of die zolder er nog is, waar onze chambretjes waren.Op een grote slaapzaal, waren chambretjes, die in een blok aan elkaar vast zaten en aan de voorkant een gordijntje hadden. Naast het bed was een kast en een tafeltje met een lampetkan in een kom. Hier moest je je in wassen. Eens in de week mochten wij in het bad.<br /><br />Eens zat ik in bed, toen boven uit het tussenschot met mijn buurmeisje, haar hoofd opdook. Met veters in haar haar. Ik was dat net aan het bewonderen, toen mijn gordijn openging en de slaapzaalnon verscheen. Zij zag het veterhoofd en vloog naar het buurchambret. Het meisje werd er uitgesleurd en op de knieën op de dortoir gezet. Ze deed het in haar broek, heel begrijpelijk! Jammer was, dat zij kort hierna van de kostschool gestuurd werd. Je kon ook onder de bedden door kruipen om naar een andere chambret te komen. Dit was natuurlijk helemaal zedeloos en streng verboden! Een ander communicatiemiddel was de spiegel. Je kon op je spiegel, met watten, ogen, een neus en mond maken. Hiermee richtte je naar de lamp, zodat op het plafond doodshoofden verschenen, die je dan vanuit de andere chambretjes ook kon zien. <br /><br />Er waren mères, die lesgaven en die een hogere status hadden, als de soeurs, die voor het huishouden zorgden. Ik werd daar in de eerste klas van het gymnasium gezet. Men had mij daarvoor ingeschat. Maar men ging voorbij aan het feit dat ik nog niet op kon nemen. Ook was in die tijd psychologische hulp nog niet voorhanden. Er was een grote eetzaal, refter. Met rijen tafels,iedere tafel had een tafelpresident: een brave oudere leerling. Eens werd er een lange speech gehouden door een non, waar ik alleen de bijnaam van ken, Pierlala. Ze had het over dingen die gebeurd waren, leerlingen die zich misdragen hadden. . Ik begreep niet eens wát ze gedaan hadden, maar het was vast iets heel ergs! Mijn zucht naar avontuur kwam weer eens naar boven. Ik was de kleinste van de hele kostschool en zat aan het andere eind van de zaal, waar ook een non stond. Toen de speech klaar was kon ik het niet laten in mijn handen te klappen. De non achter mij, stond op het punt mij te grijpen. Maar Pierlala had het tafelgebed reeds ingezet. Ik heb nog nooit zo vurig gebeden! Na het gebed werd ik dan ook meteen gegrepen, verwijderd uit de eetzaal en in een lege klas gezet!<br /><img src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/82.jpg" style="border: none;" /><br />Lidy, middelste rij derde van rechts. <br /><br />Er werd gewandeld, in rijen. Een enkele keer zagen we de jongens van de jongenskostschool, ook in rijen.Hoewel ik daar nog geen enkele interesse in had, werd het toch spannend. Een van mijn klasgenoten had geknipoogd naar de misdienaars! Met Sinterklaas maakte ik een mooie surprise voor haar van misdienaartjes. Dit gaf problemen, want de aula ( ook speelzaal) - non mocht het niet zien.Ik had pianoles van een strenge non, die een liniaal in haar hand hield, waarmee zij mij een tik op mijn vingers kon geven als ik iets fout deed!Met een van de vakanties, mocht ik met een vriendinnetje, dat samen met mij in de eerste klas van het gymnasium zat, mee naar huis. Ze woonde in Gennep! En we konden nog niet naar huis. Ik pakte wat spulletjes in een vierkante rieten doos en deed daar een touw omheen. Dit geheel deed de nonnen hun wenkbrauwen fronsen. Maar ik had immers geen koffer!Met Allerzielen hebben we nog geleerd om aflaten te verdienen! We gingen dan kerk of kapel binnen, baden daar een voorgeschreven aantal Weesgegroetjes en gingen weer naar buiten en weer terug. Het aantal bezoekjes was daarbij belangrijk! Er was op deze kostschool om 4 uur een extra maaltijd, het goutté. Ik at veel en werd zelfs dik. Eten was nog steeds belangrijk.Er waren vele plaatsen, waar praten verboden was. Daar vonden wij wel wat op. We hadden het vinger alfabet! Ik ben het nog niet verleerd.We zongen als het niet gehoord kon worden: <br /><br />Vrolijk is het kloosterleven, varia Samen naar de volmaaktheid streven, varia O, wat is het reuze fijn, Gehoorzaam, arm en kuis te zijn, varia, varia, vaaaaaaria!<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 02 Sep 2011 15:09:00 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Deel 1]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-1/deel1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-1/deel1.html</guid>
    <description><![CDATA[In juli 1945 begaven de geallieerde leiders zich naar Potsdam en aan de vooravond van de eerste werkbespreking op 16 juli 1945 kreeg Truman het bericht dat in New Mexico met succes een kernbom tot ontploffing was gebracht. Hij lichtte Churchill in die onmiddellijk antwoordde dat ze 'de Russen niet meer nodig zouden hebben' als de Amerikanen de atoombommen werkelijk tegen Japan zouden gebruiken.Truman besloot Stalin niet van de details op de hoogte te brengen en zei tussen neus en lippen door, dat Amerika over een machtig nieuw wapen tegen Japan beschikte. Stalin gaf slechts blijk van beleefde belangstelling. Hij zelf bracht Konoye's voorstel ter sprake om naar Moskou te komen voor onderhandelingen. Stalin had zich voorgenomen dat het Russische leger begin augustus Mantsjoerije binnen zou vallen. Truman gaf hem de vrije hand voor zijn antwoord aan Konoye en Stalin zei dat hij de Japanners aan het lijntje zou houden. De Japanse afgezant Sato werd ten slotte door de plaatsvervanger van Molotov ontvangen, en kreeg alleen te horen dat Konoye's voorstel te vaag was om een bezoek aan Moskou mogelijk te maken. Na de conferentie werd in de Verklaring van Potsdam het geallieerde ultimatum aan Japan opgenomen voor een unconditional surrender. De tekst bood Hirohito de opening voor een snel en positief antwoord, waarop Truman alsnog de atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki had kunnen afgelasten. De Verklaring van Postdam noemde de keizer niet, maar tussen de regels door viel te lezen dat het keizerschap gehandhaafd kon worden. Wel zou het recht in alle gestrengheid worden toegepast op oorlogsmisdadigers.<br /><br /><br />Op 27 juli 1945 kwam de Japanse oorlogsraad bijeen om over de Verklaring van Postdam te spreken. De minister van Buitenlandse Zaken admiraal Togo achtte het bijzonder onverstandig om afwijzend te reageren. De raad en het voltallige kabinet waren echter verdeeld over de vraag hoe de Verklaring aan het volk en aan de strijdkrachten bekend gemaakt moest worden.Uiteindelijk werd besloten een gecensureerde versie van de Verklaring zonder commentaar te verspreiden en voor het overige een afwachtende houding aan te nemen in de hoop dat de Sovjet Unie alsnog positief op Konoye's voorstel zou reageren. Bovendoen gaf premier Suzuki op 28 juli een van zijn zeldzame persconferenties en maakte bekend dat de regering bij meerderheid van stemmen had besloten de verklaring 'door zwijgen te doden'. Op bevel van de overheid noemde de Asahi Shimbun de Verklaring van Potsdam een document 'zonder veel betekenis'. In Washington kwam men er al snel achter dat in de gecensureerde Japanse versie cruciale passages uit de Verklaring waren weggelaten. De Japanse leiders, Hirohito inbegrepen, konden niet weten dat hun ongelukkige uitspraak het lot van Hiroshima en Nagasaki zou bezegelen. De wilsverlamming waaraan de keizer al eerder had geleden, breidde zich nu uit over de hele regering. De meesten dachten dat ze in elk geval tijd wonnen en dat de geallieerden een duidelijker verklaring over de toekomst van Hirohito bekend zouden maken. Truman wachtte precies een week, tot het duidelijk werd dat er van Tokio geen nieuwe reactie te verwachten was. Om kwart over acht in de ochtend van 6 augustus 1945 wierp de Enola Gay de atoombom af die aan een parachute neerdaalde op Hiroshima.De inwoners van de stad waren zo gewend geraakt aan de bombardementen dat de nadering van slechts twee vliegtuigen hen niet de schuilkelders injoeg; ze namen aan, dat het maar om een verkenningsvlucht ging. Pas in de loop van de middag drongen gedetailleerde berichten over de aanval door tot in Tokio. De Japanse legerleiding begreep onmiddellijk wat er was gebeurd; zij waren zelf immers bezig met kernonderzoek. President Truman bevestigde hun vermoeden in een verklaring. Hirohito kreeg van admiraal Togo en van het leger te horen om wat voor soort bom het ging. Pas achtenveertig uur later, nadat Togo in de bunker onder het paleis Hirohito dringend had aangeraden de Verklaring van Potsdam onverwijld te accepteren, kwam de keizer tot handelen. Tegen de zegelbewaarder Kido zei hij dat zijn persoonlijke veiligheid er niet toe deed; alleen de onmiddellijke beëindiging van de oorlog was belangrijk. De molens van het overheidsapparaat werkten echter zo langzaam, dat opnieuw kostbare tijd verloren ging. Op 9 augustus 1945 kwam de oorlogsraad weer bijeen, pas nadat de tweede atoombom boven Nagasaki was afgeworpen en Russische troepen over de grens trokken en Mantsjoerije binnenvielen. De Japanse leiders begonnen te vrezen dat een derde bom op Tokio zelf zou neerkomen om de keizerlijke familie en een groot deel van de bevolking te vernietigen.Toen de oorlogsraad 's middags in de bunker bijeenkwam, verklaarde premier Suzuki dat Japan geen andere keus had dan de Verklaring van Potsdam te accepteren.De beide stafchefs en de minister van Oorlog, generaal Anami meenden nog altijd dat Japan zijn eigen voorwaarden aan de geallieerden zou kunnen opleggen. Uit hun voorstellen blijkt, dat ze het feit van een nederlaag niet konden bevatten. Anami zei dat Japan moest aandringen op een minimale bezettingsmacht, berechting van oorlogsmisdadigers door Japanse rechtbanken en demobilisatie zonder buitenlands bemoeienis. 'We kunnen niet beweren dat de overwinning zeker is, maar het is veel te vroeg om te zeggen dat we de oorlog hebben verloren.' De overige leden waren voorstander van onvoorwaardelijke overgave volgens de Verklaring van Potsdam.<br /><br /><br />Hirohito schudde zijn aarzelende houding eindelijk af. Hij ontbood Hiroshi Shimomura, directeur van de informatievoorziening, met wie hij zich twee uur lang in de bunker afzonderde, 's Avonds zei Shimomura tegen een van zijn medewerkers: 'De keizer wil in een radio-uitzending bekend maken of het vrede wordt of oorlog blijft.' Tot laat in de avond sprak Hirohito met markies Kido.De keizer had uiteindelijk het besluit genomen van zijn bijzondere bevoegdheden gebruik te maken. Nog later die avond vond het meest dramatische keizerlijke beraad uit de Showa-periode plaats. Tegen het einde liepen ook de tranen over hun gezicht. De Verklaring van Potsdam werd voorgelezen. Suzuki bood Hirohito formeel zijn verontschuldigingen aan voor het feit dat de keizer bij een intern verdeelde raad aanwezig moest zijn. Daarna verzocht hij de aanwezigen hun oordeel te geven. Togo hield vast aan het standpunt dat hij al bij het begin had ingenomen, namelijk dat de Verklaring geaccepteerd moest worden. De minister van Marine Yonai zei kortweg<hr>]]></description>
    <pubDate>Sat, 02 Apr 2011 01:52:00 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Het leven van de keizer]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/het-leven-van-de-keizer1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/het-leven-van-de-keizer1.html</guid>
    <description><![CDATA[<div style="text-align: -webkit-auto;"><span style="line-height: normal;">
<table style="width: 100%;" border="0">
<tbody>
<tr>
<td><img src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/76.png" style="display: block; margin-left: auto; margin-right: auto; border: initial none initial;" /></td>
<td>
<div>
<h3 class="Artistieke-tekst-P" style="text-align: center;"><span class="Artistieke-tekst-C4">THe voice of the Crain</span></h3>
<div style="text-align: center;"><span class="Artistieke-tekst-C4"><br /></span></div>
</div>
</td>
<td><img src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/77.jpg" style="display: block; margin-left: auto; margin-right: auto; border: initial none initial;" /></td>
</tr>
<tr>
<td style="text-align: center;"><strong><em>Het leven van de keizer</em></strong></td>
<td style="text-align: center;"><a href="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/THEVOICEOFTHECRANE.pdf"><em>The voice of the Crain in PDF bestand</em></a></td>
<td><a href="http://player.omroep.nl/?aflID=10207846">Zen en Oorlog</a></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<br /></span></div><hr>]]></description>
    <pubDate>Sat, 02 Apr 2011 01:06:00 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Links]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Links/links1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Links/links1.html</guid>
    <description><![CDATA[<a href="http://www.tuinvanjacquesenlidy.nl/"><img src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/77.png" style="border: none;" /></a><br /><br /><a href="http://www.dutch-east-indies.com/"><img src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/79.jpg" /><br /><br />
<p class="Standaard-P"><span class="Standaard-C0"></span><a target="_blank" href="http://www.gastdocenten.com/" title="Gastdocenten">www.gastdocenten.com<br /></a><a target="_blank" href="http://indisch4ever.web-log./" title="Indies$=4ever">http://indisch4ever.web-<wbr></wbr><wbr></wbr>log.<br /></a><a target="_top" href="http://weblogs3.nrc.nl/expertdiscussies/geen-effect-atoombom-op-japan" title="Atoombom op Japan">http://weblogs3.nrc.nl/expertdiscussies/geen-<wbr></wbr><wbr></wbr>effect-<wbr></wbr><wbr></wbr>atoombom-<wbr></wbr><wbr></wbr>op-<wbr></wbr><wbr></wbr>japan</a></p>
<a></a></a><a target="_blank" href="http://www.botanicpictures.com/" title="Botanicpictures">www.botanicpictures.com<br /></a><hr>]]></description>
    <pubDate>Sat, 02 Apr 2011 00:19:00 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Deel-6]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-6/deel6.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-6/deel6.html</guid>
    <description><![CDATA[wilde houden. De dienstdoende omroeper Morio Tateno nam hem echter de wind uit de zeilen. Hij zei dat er tijdens een luchtalarm geen uitzendingen plaatsvonden en dat een landelijke uitzending bovendien van tevoren moest worden geregeld. 'Dat is een technische kwestie.' Hatanaka bleef toen in de studio wachten tot het luchtalarm voorbij zou zijn. Het was net vijf uur in de ochtend toen een kleine legercolonne bij het keizerlijk paleis tot stilstand kwam. Generaal Tanaka, de commandant van het Oost leger, stapte uit en liet de gardisten bij de Inui-poort door de Kempeitai inrekenen en afvoeren. Daarna ging hij naar binnen met de bedoeling de regimentscommandanten van de garde over te halen het paleisterrein te verlaten en alle gevangenen vrij te laten. Verder wilde hij de keizer zijn verontschuldigingen aanbieden voor de tragische ontwikkelingen zo kort voor de capitulatie.<br /><br />De twee kamerheren die in de bibliotheek van het paleis de ingang van de schuilkelder bewaakten, besloten dat ze hun taak niet langer mochten uitstellen. Ze wekten de keizer en vertelden hem dat hij een gevangene was in zijn eigen paleis. Hirohito bleef onbewogen onder het nieuws. ‘Is het een staatsgreep?' vroeg hij. 'Zeg me wat er precies gebeurd is.' Nadat ze hem op de hoogte hadden gebracht, stelde hij voor de gardisten toe te spreken om zijn beslissing toe te lichten. Hij vroeg de kamerheren zijn adjudant te halen, maar die zat opgesloten in het omsingelde gebouw van het hofministerie. Generaal Tanaka was juist op weg naar de bibliotheek toen hij op een van de kamerheren stuitte. 'Is de grootkamerheer in de bibliotheek?' vroeg hij. De kamerheer wist niet of de generaal tot de rebellen behoorde en durfde geen antwoord te geven. 'Sta niet zo te beven,' zei Tanaka. 'De opstand is voorbij.' Hij noemde zijn naam. 'Ik betreur het dat er zoveel ongemak is ontstaan.'De rebellie was nu vrijwel beperkt tot majoor Hatanaka en een handvol officieren en soldaten in het gebouw van de staatsomroep. Shizuto Haruna was door de gardisten vrijgelaten en teruggekeerd naar het radiostation. Later die ochtend zag hij de kamerheer Okabe aankomen, 'haveloos gekleed, bijna als een bedelaar'. De paleisdienaar verborg in zijn schoudertas de kostbare bandopnamen en had zich met opzet in schamele kleren gehuld om niet de aandacht van de opstandelingen te trekken. Achter Hatanaka's rug werd de uitzending van Hirohito's proclamatie voorbereid. Tateno herinnerde zich later dat majoor Hatanaka in het gebouw van de omroep werd opgebeld. Het moet iemand van het Oost leger zijn geweest, wellicht generaal Tanaka zelf, want de majoor ging in de houding staan en zei enkele malen: 'Tot uw orders.' Bij het ophangen mompelde hij: 'Het is gebeurd.' Daarna verliet hij het gebouw samen met zijn rechterhand, luitenant-kolonel Shiizaki. De laatste trok buiten zijn zwaard en koelde zijn woede op een boomstam. De Yokohama-garde had als laatste daad van protest het huis van baron Hiranuma in brand gestoken en was daarna naar zijn thuisbasis teruggegaan. Hatanaka en Shiizaki werden ten slotte gearresteerd terwijl ze, met motorfiets en paard aan de hand, bij het keizerlijk paleis pamfletten uitdeelden. Daarin was het volgende te lezen:Het is ons doel de keizer te beschermen en het nationaal bestel te behoeden tegen de plannen van de vijand. Wij bidden dat het Japanse volk en de leden van de strijdkrachten het belang van onze actie zullen inzien en zich bij ons zullen aansluiten, om ons land te redden, de verraders in de omgeving van de keizer te elimineren en de opzet van de vijand te verijdelen.De weinige voorbijgangers wierpen slechts vluchtige blikken op de pamfletten. Na hun aanhouding schoot Hatanaka zichzelf dood, terwijl Shiizaki met zijn zwaard seppuku pleegde. Op Hatanaka's lichaam vond de militaire politie een afscheidsgedicht:'Ik koester geen grieven meer nu de donkere wolken boven het keizerschap zijn verdwenen.' Die nacht werd een plechtige wake voor de twee mannen gehouden, waaraan de meeste stafofficieren van het ministerie van Oorlog deelnamen. In heel Japan kondigde de radio met geregelde tussenpozen aan dat om twaalf uur een boodschap van de keizer te horen zou zijn. Iedereen moest ernaar luisteren. In bedrijven, kantoren, ziekenhuizen en op dorpspleinen verzamelden mensen zich rond de radio; overal werd de bevolking door straatcomités opgeroepen voor deze unieke gebeurtenis. In het gebouw van de omroep ontstond nog onenigheid toen Haruna de kwaliteit van de opname testte door de band een paar tellen af te draaien. De hofminister trok een afkeurend gezicht en een andere paleisambtenaar protesteerde: 'Het is ongepast de stem van de keizer te testen.' De keizer gold destijds nog als een levende God, aan wiens kwaliteiten niet getwijfeld mocht worden. De directeur van de Omroep hakte de knoop door en zei tegen de hofminister: 'Laat deze jongeman toch zijn werk doen.'Enkele seconden voor twaalf werd de uitzending aangekondigd door een omroeper. 'Er volgt een uitzending van het hoogste belang. Dat alle luisteraars opstaan.' Na een korte pauze werd het volkslied Kimigayo gespeeld. 'Zijne majesteit zal nu zijn keizerlijke proclamatie aan het Japanse volk voorlezen,' zei de omroeper. 'Wij zenden zijn stem met de grootste eerbied uit.'Naar schatting hoorden vijftig miljoen Japanners voor het eerst de stem van de keizer, die zijn volk toesprak in de hoofse taal van het keizerlijk paleis. His Majesties 'voice of the crane' was een hoge monotone kopstem, die door veel van zijn eenvoudige onderdanen maar nauwelijks werd verstaan. Maar zij herkenden wel het stemgeluid van een bijna bovenaards wezen wiens wil heilig was. Ruim vijfhonderd Japanners konden de schande van de verloren oorlog niet dragen en benamen zich van het leven, dit tegen de uitdrukkelijke wens van de keizer in. <br /><br />Amsterdam, augustus 2008 Hans Liesker<br /><br />Bronnen:<br />Pacific Research Society: Japan Longest Day - Kodanska 1968<br />David Bergamini Japan's Imperial Cospiracy - Heineman 1971<br />Edward Behr: Hirohito: Behind the Myth - Edw.Behr 1989<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 22:04:43 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Deel-5]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-5/deel5.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-5/deel5.html</guid>
    <description><![CDATA[kleine kluis gestopt door Yoshihiro Tokugawa, een paleisambtenaar en afstammeling van de befaamde Tokugawa-sjogoens die eens machtiger waren geweest dan Hirohito's voorvaderen. De tekst van de toespraak werd doorgegeven aan Domei en alle belangrijke kranten, met de instructie dat publicatie pas na de feitelijke uitzending mocht plaatsvinden.<br /><br />DE LAATSTE DAG VAN DE SAMOERAI<br /><br />Terwijl de radioploeg aan het inpakken was kwamen de houwdegens in het leger tot hun laatste wanhopige actie. Majoor Hatanaka en zijn adjudant kapitein Shigetaro Uehara begaven zich naar het hoofdkwartier van de keizerlijke garde in het fanatieke geloof dat ze commandant Mori voor hun zaak konden winnen. Toen generaal Mori het plan tot een staatsgreep verontwaardigd van de hand wees, schoot Hatanaka hem neer met zijn pistool; daarna onthoofdde Uehara hem met een zwaard. Een bevriende officier hielp hen het zegel van Mori te hechten aan een van tevoren opgestelde dagorder, die de garde opdracht gaf het paleis en het radiostation te omsingelen en niemand in of uit te laten.De regimentscommandanten wisten niet wat er werkelijk was gebeurd en meenden Mori's bevel te gehoorzamen toen ze onmiddellijk hun manschappen verzamelden. Enkele medewerkers van de NHK, die niet op de technische ploeg hadden gewacht, werden bij het verlaten van het paleisterrein door de garde aangehouden. Er waren overal soldaten, net als bij de opstand in 1936 was het paleis afgesloten van de buitenwereld. Hatanaka wist dat de toespraak van de keizer al was opgenomen en het verhoor van de radioploeg leerde hem ook dat de banden zich nog in het paleis moesten bevinden, maar waar? Zijn eerste doel was uitzending te voorkomen om daarna, volgens het plan dat hij met medestanders uit de keizerlijke garde uit Yokohama had opgesteld, de 'verraders' te vermoorden die de keizer van 'slecht advies' hadden voorzien. Kido en Suzuki waren de belangrijkste zondebokken.De opstandelingen sneden de telefoonkabels door en gingen op zoek naar de bandopnamen. Kido en hofminister Ishiwatari beseften het gevaar waarin ze verkeerden en verborgen zich in de bankkluis in het paleis. De rebellen slaagden er echter niet in de banden op te sporen. Terwijl het paleis in de vroege ochtenduren zo in beroering werd gebracht, verzamelden Hirohito's kamerheren zich bij de ingang van de schuilkelder en begonnen te discussiëren over de vraag of ze de keizer moesten wekken. De keizer had echter zoals gewoonlijk ook die nacht de slaap niet kunnen vatten en hoorde hun gefluister over de opstand.<br /><br />Inmiddels bereidde generaal Anami zich voor op zijn rituele seppuku. Zijn zwager Takeshita was naar zijn huis gekomen om hem desgevraagd bij het ritueel te helpen. Anami maakte een opgewekte indruk voor iemand die op het punt stond zichzelf op een pijnlijke manier van het leven te beroven. Hij vertelde lachend dat hij die dag nog een vitamine-injectie had gekregen. 'Ik kon toch moeilijk zeggen dat ik die niet meer nodig had omdat ik ging sterven?'Het was gebruik dat iemand die seppuku pleegde een laatste boodschap achterliet. Anami had daar lang over nagedacht. In zijn sierlijke handschrift schreef hij de volgende dichtregel:Ik heb geen woorden meer nu ik de opperste genade van de keizer heb ondervonden. Op een ander stuk papier schreef hij:Door mijn dood vraag ik vergiffenis voor mijn grootste misdaad. En op de achterkant noteerde hij als bij ingeving:Ik geloof in de heilige onvergankelijkheid van Japan. Hij noteerde op beide briefjes 14 augustus als datum, hoewel de 15e al was aangebroken. 'De toespraak van de keizer wordt om twaalf uur uitgezonden,' zei hij tegen Takeshita. 'Ik zou het niet kunnen aanhoren.' Takeshita besefte dat Anami het verliezen van de oorlog zijn 'grootste misdaad' vond.<br /><br />De opstand van de gardeofficieren was tot dusverre volgens plan verlopen, maar één regimentscommandant vond het bevel om het paleis te omsingelen zo vreemd, dat hij besloot eerst navraag te doen bij het opperbevel van het Oost leger. De stafchef generaal-majoor Tatsuhiko Takashima, begreep onmiddellijk dat er iets ernstigs aan de hand was. Hij belde zijn meerdere, de om zijn tucht gevreesde generaal Shizuichi Tanaka, stuurde enkele officieren uit op verkenning en waarschuwde de militaire politie. Ook onder de rebellen begon twijfel te rijzen aan majoor Hatanaka. Die had gezegd dat generaal Anami achter de staatsgreep stond, maar daarvoor ontbrak iedere aanduiding. Toen twee stafofficieren van het Oost leger Mori's ontzielde lichaam ontdekten, was het hen duidelijk dat er een rebellie aan de gang was. Enkele minuten later gaf generaal Tanaka alle soldaten van de keizerlijke garde bevel het paleis te ontruimen, en hij zei dat Mori door opstandige officieren was vermoord. De keizerlijke garde stond van nu af aan uitsluitend onder Tanaka's bevel.De kamerheren in de bibliotheek boven de keizerlijke bunker waren er intussen van overtuigd dat de opstandelingen elk ogenblik konden binnenvallen. Ze sloten de luiken en barricadeerden de deuren. Omstreeks vier uur in de ochtend begon het Oost leger langzaam maar zeker greep op de situatie te krijgen. Generaal Takashima belde het hoofdkwartier van de keizerlijke garde en eiste Hatanaka te spreken. 'U bevindt zich in een hopeloze toestand,' zei hij tegen de leider van de samenzwering. 'U moet de keizer gehoorzamen.' Hatanaka wist van geen wijken. Hij verlangde tien minuten zendtijd voordat de toespraak van de keizer zou worden uitgezonden, 'om het volk ons standpunt duidelijk te maken'. Takashima hing op.<br /><br />Maar de opstand was niet alleen tegen de radiorede gericht. Een afdeling van de Yokohama-garde, vergezeld door een aantal jonge burgers, begaf zich naar de ambtswoning van premier Suzuki en opende het vuur met machinegeweren. Toen ze ontdekten dat Suzuki er niet was, ontstaken ze in woede en probeerden het huis plat te branden. Daarna gingen ze op weg naar de eigen woning van de premier, die echter tijdig was gewaarschuwd en zich uit de voeten had gemaakt. Ook dit huis werd in brand gestoken. Hatanaka nam een motorfiets en reed zo snel hij kon naar het gebouw van de staatsomroep. De gardisten die de ingang bewaakten, herkenden hem en lieten hem binnen. Hatanaka verklaarde tegen de angstige NHK-medewerkers dat hij een toespraak voor de radio<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 22:03:41 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Deel-4]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-4/deel4.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-4/deel4.html</guid>
    <description><![CDATA[Anami zei dat hij met die formulering niet kon instemmen, want die kwam neer op de erkenning dat alle communiqués van het ministerie van Oorlog leugens waren geweest. Na urenlange discussie werd overeenstemming bereikt over een nieuwe passage: 'De oorlog heeft zich niet ten gunste van Japan ontwikkeld.'<br /><br />In het paleis begon Hirohito ongeduldig te worden en vroeg enkele malen aan zijn kamerheren of de tekst al onderweg was. Kido lichtte de prinsen Takamatsu en Mikasa in over wat er die dag was voorgevallen, terwijl hij op zijn beurt door Konoye werd gewaarschuwd voor een op handen zijnde staatsgreep. 'Het bevalt me niet,' zei Konoye. 'Ik heb kwalijke geruchten gehoord over de divisie van de keizerlijke garde.' Deze garde had zijn hoofdkwartier achter het paleis zelf, bij de Inui-poort, en stond onder bevel van luitenant-generaal Takeshi Mori.De eerste gardedivisie had tot taak de keizer zelf te beschermen en er was permanent een bataljon bij het paleis gelegerd. Kido verzekerde Konoye dat Anami het leger onder controle had. Hij gaf het gerucht wel door aan Hirohito's lijfadjudant, die prompt naar generaal Mori ging en te horen kreeg dat de soldaten 'in beroering' waren, maar dat er niets over een samenzwering bekend was. Mori had echter ongelijk.Verscheidene officieren van de garde hadden zich aangesloten bij majoor Hatanaka, onder wie majoor Ishihara en majoor Koga, de bataljonscommandant en Togo's schoonzoon. <br />Hirohito maakte zijn gebruikelijke avondwandeling door de paleistuin. Bij zijn terugkeer in de bibliotheek werd hij opgewacht door premier Suzuki, die alleen zijn verontschuldiging kwam aanbieden voor de vertraging bij het opstellen van de tekst. Omstreeks half acht was iedereen het eindelijk eens geworden over de definitieve inhoud van de radiotoespraak. Het document dat naar het paleis werd gebracht, stond echter vol doorhalingen en toevoegingen en moest eerst smetteloos worden overgeschreven op speciaal papier. De feitelijke uitzending zou die dag niet meer kunnen plaatsvinden. Minister van Buitenlandse Zaken Togo wilde zo min mogelijk uitstel en opperde zeven uur de volgende ochtend als mogelijkheid. Anami maakte bezwaar. Hij drong aan op vierentwintig uur vertraging om het leger in staat te stellen de tekst naar alle eenheden in het buitenland te sturen, tegelijk met een toelichting van het ministerie van Oorlog. Bij wijze van compromis werd 15 augustus om twaalf uur 's middags als nieuw tijdstip gekozen. Dat maakte het tevens mogelijk de stroomvoorziening althans tijdelijk in heel Japan te herstellen en de bevolking via de radio tijdig op de hoogte te stellen van de komende toespraak.<br /><br />Hirohito kreeg de 'nette' tekst in de bibliotheek voorgelegd. Op vijf plaatsen wijzigde hij de tekst, onder meer de passage waarover zo lang was gediscussieerd: 'De oorlog heeft zich niet zonder meer ten gunste van Japan ontwikkeld.' Vanwege de ernst van de toestand werd bij uitzondering besloten niet het hele document te herschrijven, maar de verbeteringen in te voegen. Een tweede exemplaar werd voorgelegd aan de ministers, die allemaal hun handtekening moesten zetten. Anami tekende zonder de moeite te nemen om het stuk te lezen, waarna hij rechtstreeks naar zijn departement ging. Daar schreef hij zijn lang verwachte ontslagbrief en begon hij zijn bureau leeg te maken. De proclamatie was nu formeel bekrachtigd en op het ministerie van Buitenlandse Zaken werd het telegram opgesteld dat de Japanse capitulatie aan de wereld zou bekendmaken:Zijne majesteit de keizer heeft een proclamatie uitgevaardigd met betrekking tot de aanvaarding van de Verklaring van Potsdam. Hij is bereid zijn regering en het algemeen hoofdkwartier regelingen te laten treffen om aan de voorwaarden uit de Verklaring van Potsdam te voldoen. Hij is tevens bereid alle militaire autoriteiten en alle eenheden die waar dan ook onder hun gezag staan, op te dragen de krijgshandelingen te staken en hun wapens over te geven. Verder zal hij zich neerleggen bij de orders van de opperbevelhebber der geallieerde strijdkrachten ten aanzien van de voorwaarden uit genoemde verklaring<br /><br />Net als de eerdere verklaring werd dit telegram naar de Japanse ambassades in Bern en Stockholm gestuurd voor doorzending naar de regeringen van de Verenigde Staten, China, Groot-Brittannië en de Sovjetunie. In heel Tokio en zelfs in heel Japan laaiden vuren op. Het waren geen 'bloemen van Edo', uit de grond geschoten na aanvallen met brandbommen. Bij het paleis, de departementen en militaire hoofdkwartieren werden alle vertrouwelijke documenten en dossiers op een hoop gegooid en in brand gestoken. Het was intussen tien uur in de avond geworden en de radioploeg wachtte nog steeds. Hirohito was gereed voor de opname, maar zijn adjudanten achtten het veiliger dat hij de eerste uren in de bibliotheek bleef, recht boven de schuilkelder, met het oog op mogelijke bombardementen.Het was bijna middernacht toen enkele kamerheren, mensen van de staatsomroep en Shimomura naar de geïmproviseerde studio op de eerste verdieping van het hofministerie gingen. Niemand van de radioploeg werd voorgesteld aan de keizer, die meteen ter zake kwam. 'Hoe moet ik spreken?' Shimomura zei dat een normale gesprekstoon voldoende was. 'Is het zo goed?' vroeg Hirohito. De opnameleider liet de band lopen en gaf de ambtenaar bij de tussendeur een teken dat alles kon beginnen. De ambtenaar boog naar Shimomura, die op zijn beurt naar Hirohito boog. Na een korte test van de microfoon begon de keizer de tekst te lezen vanaf het papier dat hij in zijn hand hield.<br /><br />'Niemand had ooit de stem van de keizer gehoord,' vertelde Haruna later. 'Er was ons altijd verteld dat de hel zou losbreken als we zijn stem bij een officiële gelegenheid per ongeluk opnamen. Omdat ik zo zenuwachtig was, luisterde ik niet echt naar de betekenis van zijn woorden. Ik had een koptelefoon op en lette meer op de kwaliteit van zijn stem dan op wat hij zei, maar de hoofdlijnen drongen wel tot me door. De toespraak duurde ongeveer drie minuten en we maakten twee opnamen.' Beide opnamen werden voor de keizer afgedraaid, waarna werd besloten de eerste te gebruiken.Hirohito liet zich onmiddellijk per auto terugbrengen naar het paleis. De radioploeg kreeg toestemming desgewenst in het hofministerie te overnachten, maar iedereen wilde het liefst naar huis. Terwijl ze de banden in metalen houders stopten en die in katoenen zakken, klonken in Tokio weer sirenes: luchtalarm voor de laatste Amerikaanse bombardementen. Hirohito maakte zich op voor de zoveelste onrustige nacht in de schuilkelder en de banden werden voor de zekerheid niet naar het gebouw van de omroep gebracht, maar in een<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 22:02:48 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Deel-3]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-3/deel3.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-3/deel3.html</guid>
    <description><![CDATA[De legerleiding kreeg lucht van het complot. Generaal Yoshijiro Umezu, de stafchef van de landmacht, weigerde zijn medewerking toen hij door enkele betrokkenen werd benaderd. Dat deed ook Anami, want zijn aan de keizer gegeven woord breken, zou een nog grotere schande zijn dan capitulatie.Anami begon echter te twijfelen toen er de volgende achtenveertig uur onafgebroken aan hem werd getrokken door steeds hysterischer officieren met wie hij het in zijn hart eens was. Hetzelfde overkwam de stafchefs van landmacht en marine, die ten slotte minister van Buitenlandse Zaken Togo smeekten zijn standpunt over de capitulatie te herzien.<br /><br /><br />Behalve bommen wierpen de Amerikaanse B-29's nu ook pamfletten uit, waarin de Japanse vertaling van het telegram met het geallieerde antwoord stond. Nu de strijdkrachten verdeeld waren, zouden de gevolgen catastrofaal kunnen zijn als de bevolking niet van de feitelijke toestand op de hoogte werd gebracht. Kido overtuigde Hirohito van de noodzaak van een nieuw keizerlijk beraad om de weifelende legerleiding tot gehoorzaamheid te dwingen en zo een staatsgreep te voorkomen. De bijeenkomst vond in de ochtend van 14 augustus 1945 plaats in de ondergrondse vergaderkamer. Hirohito droeg zijn legeruniform en luisterde hevig transpirerend naar admiraal Toyoda en generaal Anami, die op voortzetting van de strijd aandrongen. Hoewel hij sterk vermagerd was, uitgeput door gebrek aan slaap en in onzekerheid verkeerde over zijn eigen toekomst, wist hij zijn keizerlijke waardigheid en gezag te behouden. Het was ongetwijfeld 'his finest hour'.Hij zei:'Ik heb nauwlettend naar alle argumenten geluisterd. Mijn eigen mening is niet veranderd; ik zal die nog eens herhalen. Voortzetting van de oorlog zou alleen tot nog grotere verwoesting kunnen leiden. Het antwoord van de geallieerden was 'een erkenning' van onze positie. Om kort te gaan, ik acht het aanvaardbaar. Hoewel sommigen onder u bezorgd zijn over de handhaving van ons nationaal bestel, meen ik dat het geallieerde antwoord een bewijs is van de goede bedoelingen van de vijand. Daarom sta ik achter aanvaarding van het antwoord. Ik begrijp volkomen hoe moeilijk het de officieren en manschappen van leger en vloot zal vallen zich te laten ontwapenen en toe te zien hoe hun land wordt bezet. Ik bekommer mij niet om mijn eigen lot. Ik wil het leven van mijn onderdanen redden. Ik wil niet dat ze nog langer aan de vernietiging worden blootgesteld. Het valt mij werkelijk zwaar om straks te moeten zien hoe mijn trouwe soldaten worden ontwapend en mijn loyale ministers als oorlogsmisdadigers worden berecht De strijd voortzetten zal echter de ondergang van Japan betekenen, maar zoals het er nu voor staat, heeft het land nog de kans zich te herstellen. Het Japanse volk is niet van de huidige toestand op de hoogte en ik weet dat het een grote schok zal zijn als ons besluit wordt bekendgemaakt. Indien het wenselijk wordt geacht dat ik de capitulatie persoonlijk uiteen zet, ben ik bereid een radiotoespraak te houden. Ik ben bereid overal heen te gaan om ons optreden uit te leggen. Ik vraag het kabinet zo snel mogelijk een keizerlijke proclamatie op te stellen waarin het einde van de oorlog wordt aangekondigd.' <br /><br />Zonder op commentaar te wachten, verliet hij de vergaderkamer. Een paar ministers knielden op de grond neer om voor hem te buigen; iedereen snikte hoorbaar. Hirohito zei tegen Kido dat hij gemeend had wat hij zei; hij was bereid desnoods naar de ministeries van Oorlog en Marine te gaan om persoonlijk met de tot opstand geneigde officieren te praten. Hij gaf Kido ook opdracht contact op te nemen met Shimomura, het hoofd perszaken van het kabinet om een radiotoespraak voor te bereiden. Het was ondenkbaar dat een keizer rechtstreeks op de radio te horen zou zijn, daarom werd door de nationale omroep NHK een ploeg samengesteld om de toespraak op te nemen en later uit te zenden. Na het laatste keizerlijk beraad sprak luitenant-kolonel Takeshita van het ministerie van Oorlog in het kantoor van de premier onder vier ogen met zijn zwager Anami, in een laatste poging hem te winnen voor voortzetting van de oorlog. Anami weigerde. 'De keizer heeft een besluit genomen, ik kan er niets meer aan doen. Als Japans soldaat moet ik mijn keizer gehoorzamen.' Takeshita vroeg hem dan in elk geval af te treden. 'Zelfs als ik aftreed, zal de oorlog worden beëindigd,' antwoordde Anami. 'En als ik zou aftreden, zou ik de keizer nooit meer zien.'Na de kabinetsvergadering ging Anami naar zijn eigen departement. Net als de minister van Marine had hij toegezegd de keizer te zullen gehoorzamen. Hij stelde een korte verklaring op: 'Het keizerlijk leger zal strikt handelen in overeenstemming met het besluit van zijne keizerlijke majesteit.' Daarna liet hij de verklaring ondertekenen door alle hoofdofficieren en hoge ambtenaren van zijn departement en hield hij een toespraak om Hirohito's beslissing toe te lichten.'Officieren zoals u moeten beseffen dat de dood u niet van uw plicht kan ontslaan. Het is uw plicht in leven te blijven en alles te doen om uw land op de weg naar het herstel te leiden, zelfs als dit betekent dat u gras en aarde moet eten en in het open veld moet slapen.' Hij hield hun dus voor dat de 'heldhaftige' seppuku geen uitweg was, maar in plaats van 'wij officieren' had hij 'officieren zoals u' gezegd en voor sommige aanwezigen betekende dit dat Anami zelf na de capitulatie niet meer wilde leven. Tot de radioploeg van de NHK die de toespraak van de keizer moest opnemen, behoorde de 23-jarige Shizuto Haruna. Later herinnerde hij zich die dag nog goed. Om twee uur 's middags werden hij en zijn vijf collega's door een dienstauto van het paleis opgehaald. De opname zou plaatsvinden in het gebouw waar de hofininister en zijn ambtenaren waren ondergebracht, niet ver van de Sakashita-poort op het paleisterrein. Een standaard met een grote microfoon werd neergezet in de kamer waar de keizer zijn toespraak zou voorlezen; in de aangrenzende kamer werd de zware apparatuur opgesteld waarmee de tekst op maat kon worden gesneden.Een bandrecorder was meegebracht om de keizer in staat te stellen zijn eigen toespraak te beluisteren. Haruna en de anderen moesten lang wachten. Het licht moest uit toen er luchtalarm werd gegeven; ook nadat het signaal 'veilig' had geklonken, liet de keizer nog op zich wachten. Generaal Anami was verantwoordelijk voor de onverwachte vertraging. In het kantoor van de premier debatteerden ministers en ambtenaren eindeloos over één zin uit de tekst van Hirohito's radiotoespraak. <br />Oorspronkelijk luidde deze: 'De oorlog neemt elke dag een ongunstiger wending voor ons aan.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 22:01:44 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Deel -2]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-2/deel2.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Hiroshima-en-de-Keizer/Deel-2/deel2.html</guid>
    <description><![CDATA[dat hij het met Togo eens was. Anami drong nog welsprekender en dringender dan de vorige dag aan op eigen Japanse voorwaarden. Generaal Umezu schaarde zich achter hem. Hiranuma, voorzitter van de kroonraad, stelde de vertegenwoordigers van leger en vloot vragen over de mogelijkheid van een ordelijk verloop van de capitulatie en leek het indirect met de drie militairen eens te zijn. De minister van Bewapening Toyoda huldigde dezelfde opvatting als Umezu en Anami. Als laatste stond Suzuki op om zich uit te spreken. Met veel vertoon en omhaal van woorden, zoals dat voorgeschreven bij plechtige zittingen in aanwezigheid van de keizer, verzocht hij Hirohito uit naam van de raad een besluit te nemen. Een keizerlijk bevel werd de 'stem van de kraanvogel' genoemd, naar de ver reikende roep van een in Japan zelden waargenomen vogel. Nu moest de kraanvogel beslissen of Japan als natie zou overleven of dat de strijd tot de 'eervolle dood van honderd miljoen zielen' zou worden voortgezet. Hirohito gaf op beheerste toon antwoord. Voortzetting van de strijd kon slechts leiden tot de vernietiging van zijn volk en tot nog meer lijden voor de hele mensheid. Het was hem duidelijk geworden dat Japan geen oorlog meer kon voeren en evenmin het eigen grondgebied kon verdedigen:Het is vanzelfsprekend ondraaglijk dat ik mijn trouwe soldaten ongewapend zal moeten zien, maar de tijd is gekomen om het ondraaglijke te dragen. Ik hecht mijn instemming aan het voorstel om de Verklaring van Potsdam te aanvaarden, zoals door de minister van Buitenlandse Zaken is uiteengezet.' <br /><br />Onder het spreken leek hij zich tot één van de aanwezigen te richten: minister Anami. Hoewel er geen volledig verslag van de bijeenkomst bestaat, werd later onthuld dat de keizer de minister met zijn naam aansprak, bijna alsof ze broers waren, terwijl hij de anderen in overeenstemming met het protocol alleen met hun titel aansprak. Hirohito wist dat Anami's aanvaarding van het keizerlijk besluit van het grootste belang was, want de minister moest op zijn beurt de strijdkrachten overhalen zich bij de capitulatie neer te leggen. De keizer wachtte niet op een antwoord van de elf mannen in de kamer. Hij stond op en verliet het vertrek.'Wij moeten het besluit van de keizer tot het onze maken,' zei Suzuki. Alle ogen waren gericht op Anami, die niets zei. Het zwijgen betekende dat iedereen met Suzuki's woorden instemde, zodat de zitting voor het ogenblik kon worden ontbonden.Volgens de grondwet moest het kabinet officieel over de vrede beslissen. In Suzuki's ambtswoning kwamen alle ministers bijeen, ook degenen die aan het keizerlijk beraad hadden deelgenomen. In korte tijd werd een communiqué opgesteld waarin de Verklaring van Potsdam werd aanvaard. Iedere minister moest het document ondertekenen. Zelfs nu had Anami de zaak nog kunnen tegenhouden, want het kabinetsbesluit moest eenstemmig zijn. Maar de keizer had gesproken en Anami moest gehoorzamen, ook al wist hij dat dit hem zijn leven zou kosten. Er ging bijna een hoorbare zucht van verlichting op toen hij zijn naam zette. Drie uur later werd een telegram gestuurd naar de Japanse ambassades in de neutrale steden Bern en Stockholm, met de instructie het door te zenden naar Washington, Londen, Moskou en Chungking<br />Het luidde als volgt:De Japanse regering is bereid de voorwaarden te accepteren zoals genoemd in de Verklaring van Potsdam, op 26 juli 1945 afgelegd door de regeringsleiders van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en China en later ondertekend door de regering van de Sovjet Unie, met dien verstande dat de genoemde Verklaring geen enkele eis bevat die inbreuk maakt op de rechten van Zijne Majesteit als soeverein vorst. Dit laatste was de enige eigen voorwaarde waaraan de fanatieke militairen tot het laatst toe hadden vastgehouden. Maar ook de anderen die werden geraadpleegd, onder wie Suzuki en Kido, waren het met het opnemen van deze passage eens. Het was een eerste stap om te bereiken dat de keizer niet zelf terecht hoefde te staan.<br /><br />THERE IS NO OTHER WAY<br /><br />In een telegram maakten de geallieerden hun standpunt duidelijk op het Japanse antwoord:Vanaf het ogenblik van capitulatie zal de bevoegdheid van de keizer en van de Japanse regering om de staat te leiden, onderworpen zijn aan de opperbevelhebber der geallieerde mogendheden generaal MacArthur, die alle nodige maatregelen zal nemen om aan de voorwaarden der capitulatie te voldoen. De keizer zal de ondertekening van de capitulatievoorwaarden door de Japanse regering en de Japanse strijdkrachten bevorderen en bekrachtigen. In Japan was het besluit tot overgave ongelooflijk genoeg nog niet eens bekend, want het kabinet had dit niet met zoveel woorden durven afkondigen.De verwarring werd nog vergroot door twee communiqués die elkaar volstrekt tegenspraken. Het eerste was op 10 augustus uitgegeven door het ministerie van Oorlog en uit naam van generaal Anami, echter zonder diens toestemming. De tekst was opgesteld door een aantal fanatieke onderofficieren. Volgens deze verklaring was er slechts één mogelijkheid: 'Wij moeten doorvechten tot de oorlog is gewonnen om ons heilige staatsbestel te bewaren, zelfs al moeten wij gras eten en in de open lucht moeten leven.' Heel anders van inhoud, maar even nietszeggend, was het communiqué dat door het kabinet werd uitgegeven en waarin vaag werd gesproken over een historische beslissing die nog genomen zou moeten worden. Alleen voor het buitenland kreeg het persagentschap Domei toestemming in morse de tekst uit te zenden van het telegram dat de regering naar Bern en Stockholm had gestuurd.<br /><br />Op het ministerie van Oorlog heerste een sfeer die aan de verhitte dagen van de februari-opstand in 1936 deed denken. Opgewonden officieren verzamelden zich in achterkamertjes om de zaak te bespreken, anderen oefenden druk uit op Anami en de voorzitter van de kroonraad, baron Hiranuma, en probeerden zelfs prins Mikasa te winnen voor voortzetting van de strijd tot het bittere einde. Er zou zelfs een plan bestaan voor een staatsgreep in de geest van '26 februari', uit te voeren door de keizerlijke garde en eenheden van het Oostleger. De voornaamste samenzweerder was majoor Kenji Hatanaka, hoofd Militaire Zaken op het ministerie. Hij werd gesteund door zijn zwager luitenant-kolonel Masahito Takeshita, schoonzoon van generaal Hideki Tojo, de voormalige premier, en verscheidene andere hoofdofficieren.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 22:00:47 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Literartuur]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Mijn-verhaal/Literatuur/literartuur1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Mijn-verhaal/Literatuur/literartuur1.html</guid>
    <description><![CDATA[<div style="text-align: -webkit-auto;"><span style="line-height: normal;">
<table cellpadding="0" cellspacing="0" id="table_7">
<tbody>
<tr id="table_7_R01">
<td id="table_7_R01C01" style="width: 10px; height: 10px;">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Met de dood voor oogen</span></p>
</td>
<td id="table_7_R01C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">20 jaar historische visies op de tweede wereldoorlog in Zo-<wbr></wbr>Azië</span><span class="Hoofdtekst-C">van de </span><span class="Standaard-C0">Stichting Gastdocenten </span><span class="Hoofdtekst-C">WOII Zuid=Oost Azië</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R02">
<td id="table_7_R02C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Leven met geleende tijd</span></p>
</td>
<td id="table_7_R02C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Memoires van een medisch persoon </span><span class="Standaard-C0">Dik de Moor</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R03">
<td id="table_7_R03C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Dit was Tjideng</span></p>
</td>
<td id="table_7_R03C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Aspecten van de vertraagde afwikkeling van Japanse interneringskampen in Bartavia met het Tjidenkamp  als caus<br /></span><span class="Standaard-C0">Wim Rinzema-<wbr></wbr>Admiraal</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R04">
<td id="table_7_R04C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Ooggetuigen van een Oorlog</span></p>
</td>
<td id="table_7_R04C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Zestig verhalen  van nederlandse slachtoffers over japanse terreur 1942-<wbr></wbr>1945 Uitgave : </span><span class="Standaard-C0">Stichting Japanse eerenschuld</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R05">
<td id="table_7_R05C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Glodok 1945</span></p>
</td>
<td id="table_7_R05C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Indisch jongensverzet 1944  </span><span class="Standaard-C0">René Hermanus</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R06">
<td id="table_7_R06C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Glodok 2 naar de Oost en terug</span></p>
</td>
<td id="table_7_R06C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Vervolg op het boek  jongerenverzet -<wbr></wbr>Glodok 1944-<wbr></wbr>1945<br />redactie </span><span class="Standaard-C0">René Hermanus</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R07">
<td id="table_7_R07C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">The good  German of Nanking</span></p>
</td>
<td id="table_7_R07C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">The diariers  of </span><span class="Standaard-C0">John Rabr</span><span class="Hoofdtekst-C"> ‘A story of wondrous in the face of insane savagery</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R08">
<td id="table_7_R08C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">The Rape of Nanking</span></p>
</td>
<td id="table_7_R08C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">The forgotten  holocaust of world war II  </span><span class="Standaard-C0">Iris Chang</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R09">
<td id="table_7_R09C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Unit 731 Testimony</span></p>
</td>
<td id="table_7_R09C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Japns’s Wartime Human  Experimmenstation Program </span><span class="Standaard-C0">Hai Gold</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R10">
<td id="table_7_R10C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">De kracht van een lied</span></p>
</td>
<td id="table_7_R10C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Overleven in een vrouwenkamp ( met cd )  </span><span class="Standaard-C0">Helen Gold</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R11">
<td id="table_7_R11C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Topless in de Toko</span></p>
</td>
<td id="table_7_R11C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Nederlandse leenwoorden in het indonesisch  en andersom<br /></span><span class="Standaard-C0">Peter Steenmeijer</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R12">
<td id="table_7_R12C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Romusha van Java</span></p>
</td>
<td id="table_7_R12C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Het laatste front 1942-<wbr></wbr>1945  </span><span class="Standaard-C0">Wim Rinzema-<wbr></wbr>Admiraal</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R13">
<td id="table_7_R13C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Dejima</span></p>
</td>
<td id="table_7_R13C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Dejima troughhout history  </span><span class="Standaard-C0">Property  of the Faculty of Economice at Nagasaki Univerity</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R14">
<td id="table_7_R14C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Tussen Banzai en Bersiap</span></p>
</td>
<td id="table_7_R14C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">De afwikkeling van de tweede wereldoorlog  in Nederlands Indië<br /></span><span class="Standaard-C0">Elly Touwen-<wbr></wbr>Bouwsma en Petra Groen</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R15">
<td id="table_7_R15C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Geillustreerde atlas van de Japanse kampen in Nederlands-<wbr></wbr>Indië 1942-<wbr></wbr>1945</span></p>
</td>
<td id="table_7_R15C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">J</span><span class="Standaard-C0">an van duin; W.J. Krijgsveld;H.J. Legemate H.A.M. Liesker ;</span></p>
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C0">G . Weijers</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R16">
<td id="table_7_R16C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Met de dood voor oogen</span></p>
</td>
<td id="table_7_R16C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Overleven in de strijd om Indië </span><span class="Standaard-C0">Henk Hovinga</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R17">
<td id="table_7_R17C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">De Hel van Tjideng</span></p>
</td>
<td id="table_7_R17C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C0">Elise G. Lengkeek</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R18">
<td id="table_7_R18C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Ik beken</span></p>
</td>
<td id="table_7_R18C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">“Saja Mengakoe” </span><span class="Standaard-C0">Elise G. Lengkreek</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R19">
<td id="table_7_R19C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Buigen in jappenkamp</span></p>
</td>
<td id="table_7_R19C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">In het zelfde als</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R20">
<td id="table_7_R20C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Een jaar en zes maanden</span></p>
</td>
<td id="table_7_R20C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">De belevenissen van een kind om de oorlog  </span><span class="Standaard-C0">Lydia Chagoll</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R21">
<td id="table_7_R21C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Hirohito keizer van Japan</span></p>
</td>
<td id="table_7_R21C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Een vergeten  oorlogsmisdadiger  </span><span class="Standaard-C0">Lydia Chagroll</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R22">
<td id="table_7_R22C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Prisoners of the Japanse in Word war II</span></p>
</td>
<td id="table_7_R22C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C0">Willem van Wanrooy en willem Waterfort</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R23">
<td id="table_7_R23C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Eindstation Pakan Baroe 1943-<wbr></wbr>1945</span></p>
</td>
<td id="table_7_R23C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Dodenspoorweg door het oerwoud ( met cd ) </span><span class="Standaard-C0">Henk Hoviga</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R24">
<td id="table_7_R24C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Verstilde stemmen en verzwegen levens</span></p>
</td>
<td id="table_7_R24C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Door de openhartige  wijze waarop ze vertelt over het lot van haar familie  laat ze Indië voorleven in onze nationale verbeelding en dwingt ze Nederland rekenschap te geven van het koloniale verleden</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R25">
<td id="table_7_R25C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Op dood spoor</span></p>
</td>
<td id="table_7_R25C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">( hierbij ook een DVD van de filmdocumentaire </span><span class="Standaard-C0">Henk Hovinga</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R26">
<td id="table_7_R26C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Donkere regendruppels</span></p>
</td>
<td id="table_7_R26C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">De geschiedenis van de indische oorlogswezen<br /></span><span class="Standaard-C0">Jan Grootenhaar en Truida Hendrik-<wbr></wbr>Bergsma</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R27">
<td id="table_7_R27C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">De Japanse burgerkampen</span></p>
</td>
<td id="table_7_R27C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Een der beste en meest gezaghebbende publicaties over de Tweede Wereldoorlog    </span><span class="Standaard-C0">Dr D. Van Velden</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R28">
<td id="table_7_R28C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Zen at War</span></p>
</td>
<td id="table_7_R28C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Brian Daizen Victoria</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R29">
<td id="table_7_R29C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Gesciedenis van Indonesië</span></p>
</td>
<td id="table_7_R29C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">Onder redactie van </span><span class="Standaard-C0">Leo Dalhuijzen; Meriëtte van Selm en <br />Frans Steegh</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R30">
<td id="table_7_R30C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C1"> </span></p>
</td>
<td id="table_7_R30C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C1"> </span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R31">
<td id="table_7_R31C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">www.botanicpitures.com</span></p>
</td>
<td id="table_7_R31C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C1"> </span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R32">
<td id="table_7_R32C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">www.dutch-<wbr></wbr>east-<wbr></wbr>indies.com</span></p>
</td>
<td id="table_7_R32C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C0">Liese van Kampen</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R33">
<td id="table_7_R33C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">www.gastdocenten.com</span></p>
</td>
<td id="table_7_R33C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C0">Stichting Gastdocenten WOII Zuid-<wbr></wbr>Oost Azië</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R34">
<td id="table_7_R34C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Ieder voor zich en de republiek</span></p>
</td>
<td id="table_7_R34C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C">De logistiek achter de Indonesische revolutie 1945-<wbr></wbr>1950</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R35">
<td id="table_7_R35C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C">Voor ons allen</span></p>
</td>
<td id="table_7_R35C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Standaard-C0">Ben Bouman</span></p>
</td>
</tr>
<tr id="table_7_R38">
<td id="table_7_R38C01">
<p class="Artistieke-tekst-P"> </p>
</td>
<td id="table_7_R38C02">
<p class="Artistieke-tekst-P"><span class="Hoofdtekst-C1"> </span></p>
</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<div id="txt_68">
<p class="Hoofdtekst-P"><span class="Standaard-C">Omdat er zoveel documenten zijn, zijn zaken zoals de troostmeisjes, de Varkensmanden en de opdrachten, hoe de overlevende omgebracht zouden moeten worden, pas veel later aan het licht gekomen en staan deze niet vermeld in de oudere geschiedenis.</span></p>
</div>
<br /></span></div><hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 20:36:00 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Een weg naar vrede]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Mijn-verhaal/Reis-naar-het-verleden/Een-weg-naar-vrede/een-weg-naar-vrede1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Mijn-verhaal/Reis-naar-het-verleden/Een-weg-naar-vrede/een-weg-naar-vrede1.html</guid>
    <description><![CDATA[<strong>Katja Boonstra-Blom</strong> heeft haar vader nooit gekend. Haar moeder was van haar in verwachting toen de onderzeeboot waarop haar vader diende, getorpedeerd werd. <strong>Akira Tsurukame</strong>, is de zoon van een van de officieren, die de onderzeeboot van Katja’s vader torpedeerde. Katja leerde Akira en zijn vrouw Kay kennen toen zij in november 2003 een bezoek brachten aan het Onderzeedienst monument in Den Helder, waar ook de naam van haar vader, Willem Blom in steen gegroefd staat. Zij brachten daar bloemen om hun respect te betonen aan degenen die door toedoen van de Japanse onderzeeboot I-66 zijn gesneuveld, de boot waarop Akira’s vader diende op die Kerstmorgen 1941.Het moet vreemd zijn om als marineman op last van de regering van het land dat je lief hebt, je gezin, je huis, alles wat je dierbaar is te moeten verlaten om een onbekende vijand, die onder andere omstandigheden misschien je vriend zou zijn geweest te vernietigen. Leden van het Maritiem Historisch Instituut in Tokio, in het bijzonder Professor Kitazawa zijn Katja buitengewoon behulpzaam geweest bij de zoektocht naar de wrakplaats van de boot van haar vader.<br /><br />In 2004 bezochten Katja, Akira, Kay en hun kinderen samen Commander William King, toen 94 jaar oud, commandant van de Britse onderzeeboot Telemachus, die op 17 juli 1944 de boot van de vader van Akira torpedeerde. Er is een diepe vriendschap ontstaan tussen deze drie families, misschien wel juist door dit verleden en door de pijn die deze oorlog, die niemand wilde, heeft gebracht.<br /><br />Gezamenlijk hebben zij als symbool van hun vriendschap een boom geplant in de tuin van Oranmore Castje, het familiehuis van Commander King.Begin 2005 werd er door de drie families ook een boom geplant bij het Onderzeedienstmonument in Sasebo, Japan! In 2006 werd er ook een boom geplant bij het Nederlandse Onderzeedienstmonument in Den Helder in tegenwoordigheid van oud premier en oud onderzeeboot commandant Piet de Jong.<br /><img style="border: none;" src="http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/images/73.JPG" /><br />Voor hen die nog de pijn voelen en gekweld worden door de beelden, die voor eeuwig op hun netvlies gebrand staan door de gebeurtenissen in de Japanse kampen of door het verlies van hun dierbaren mag van dit verhaal misschien een helende werking uitgaan. Deze miraculeuze Driehoeksrelatie geeft vertrouwen in het vermogen van nieuwe generaties een toekomst te bouwen gebaseerd op respect en vertrouwen in elkaar.<br />Katja: “Belangrijk is, dat wij onze mede mens zien als een individu en niet als de vijand of iemand van een bepaalde religie of cultuur.”<br /><br />Dit verhaal heeft Katja Boonstra-Blom ons verteld op de Nederland-Japan Conferentie/Dialoog op 8 juli 2006 te Oegstgeest.<br /><hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 20:23:00 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Reisverslag]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Reisverslag/reisverslag1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Reisverslag/reisverslag1.html</guid>
    <description><![CDATA[<em>Noot van een dochter: </em><br /><br />Mijn vader Pierre Schrijnen heeft op de Gouvernements Kina onderneming Tjinjiroean gewerkt in de kinine. Is toen later voor zich zelf begonnen met koffie thee en rubber plantages. Hij had een grote liefde voor Indië en haar prachtige natuur, waar hij zich sterk verantwoordelijk voor voelde Hier volgt een verslag van een zijner tochten.<br /><br /><strong>Reisverslag</strong>.<br /><br />In die tijd bij het proefstation reisde mijn vader veel door Priangan en bezocht de daarin gelegen Kina-ondernemingen tot het nemen van tuinproeven ten behoeve van de Kinacultuur. Ook waren de Meteorologische waarnemingen, welke op Tji-Njiroean moesten geschieden onder zijn toezicht gesteld. Daar waren vele tochten naar de diverse opgestelde regenmeters noodzakelijk. De top van de Malabar verhief zich 800 meter boven de Pengalenganse hoogvlakte. Men had van deze top een prachtig uitzicht over de volle breedte van het eiland Java en kon men zowel de Noordkust als de Zuidkust overzien. De tochten naar de diverse ondernemingen zowel als de maandelijkse terugkerende tocht naar de Malabar, alle tochten door het oerbos, deden bij mijn vader de liefde voor de wilde natuur op Java groter worden. Het maakte hem als vanzelf geschikt voor het uitzoeken van een nieuw terrein voor een theeafdeling welke aan de G.K.O. gekoppeld zou worden. Zo kwam hij achtereenvolgens bij de Goenoeng Tiloe, de Papandajan en de uitgestrekte bossen van de Goenoeng Kendeng ten Zuiden van de Pengalense Hoogvlakte. De Goenoeng Tiloe is zo genoemd naar het Soendanese telwoord “tiloe” hetwelk drie betekent. Als je van uit Bandoeng naar het zuiden kijkt, zie je als afsluiting van de Bandoengse hoogvlakte een reeks bergen waaronder de Goenoeng Tiloe, die duidelijk herkenbaar in drie trappen naar het niveau van de Pengalenganse hoogvlakte afdaalt.<br />Er werden op de flanken van de G.Tiloe zeer mooie terreinen ontdekt, die uitermate geschikt zouden zijn geweest voor de theecultuur, ware het niet dat zij afvloeiden naar de rivieren, die zorgden voor het rijstgebied rondom Bandoeng. Na ongeveer 14 dagen daar te hebben doorgebracht, ging mijn vader naar de Papandajan, de berg welke de Pengalenganse hoogvlakte in het Z.O. afsluit. Over de meest Westerlijke flank van deze berg loopt een weg, welke de verste afdeling van de onderneming Sedip, Tji-Leuleuj genaamd, verbindt met de onderneming Ardjoena. Deze weg is ongeveer 10 km lang en ligt volkomen eenzaam in het bos. Op ongeveer 5 km van de laatste tuinen van Tji-leuleuj vond mijn vader een soort inham in de berm van de weg, waar de onderzoeksgroep een tijdelijk verblijf inrichtte door er zeilen te spannen. Een eenvoudige opklapbare tekentafel een veldbed en een krukje waren naast de landmetersbenodigdheden de gehele uitrusting. Uit de kampongs bezuiden de onderneming Ardjoena , dus ongeveer 20 km van de inham verwijderd, werden een twintigtal werkkrachten gezocht. Deze koelies hakten op aanwijzingen van mijn vader een sleuf in het oerbos. Ze kapten daarvoor het onderhout weg, waardoor het mogelijk werd gemaakt met de opnamekijkers te werken en een kaart te maken van de uitgezochte terreinen waarbij er werd opgelet, dat er geen minderwaardige stukken in werden gemeten. Het opmeten van een stuk van circa 800 ha duurde drie weken. Pech was daarom, dat bij terugkomst op de onderneming men juist het bericht ontvangen had dat deze terreinen gereserveerd moesten blijven voor de ten Noorden en ten Zuiden daarvan gelegen ondernemingen. <br />De derde poging aan de Noordzijde van de Goenoeng Kendeng had echter meer succes.Plus minus 20 km van de G.K.O. bevond zich de kistenfabriek Kiara Roa ( betekent veel Kiara’s of te wel waringins ( heilige bomen) , die groeiden in het bos achter de fabriek).Deze kistenfabriek had een kleine bosconcessie gehad en deze ten behoeve van zijn kisten fabriek leeggekapt. Deze concessie zou de G&gt;K&gt;O&gt; overnemen en er moesten aansluitend daaraan geschikte terreinen worden gezocht om zodoende de 800 ha vol te maken.<br />De eerste avond overnachtte mijn vader aan de oever van een klein riviertje ongeveer een uur gaans achter de kistenfabriek. Vandaar uit begon de volgende dag het onderzoek. Na plusminus 14 dagen kon aan de directie van de G.K.O. gemeld worden, dat men hierin geslaagd was. <br />Pierre moest er nog drie dagen wachten, omdat de directeur zelf deze terreinen wilde komen bekijken. Hij maakte van deze dagen gebruik om een tocht door het oerbos naar het zuiden te maken. Hier was een oerwoud van circa 100 ha, waar doorheen slechts spaarzaam kleine paadjes slingerden.<br /><br />De tocht ging over de Sodang-Abig een bergtop van 1900 m hoog. Vlak onder deze top begon een zeer steile weg, die 400 m viel naar een niveau van 1500 m. waarop een geheel verscholen bergmeertje Litoew Tjirompang lag. Het soort weggetjes die mijn vader volgde, dienden voor de inlanders uit het Zuiden tot aanvoer van bosproducten, speciaal rotan en suiker, in het Soedanees “Goela” genoemd.. Vandaar dat deze kleine bospaadjes “Djalang Goela”werden genoemd. De terugtocht van het meertje naar de kampeerplaats duurde ongeveer 3 uur langer dan de heenreis, aangezien de steile “val”nu naar boven toe moest beklommen worden………………………..<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:52:27 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Selectie 2]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Selectie-2/selectie-21.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Selectie-2/selectie-21.html</guid>
    <description><![CDATA[Bij het uitdunnen der Kinaplantsoenen, werd reeds even de werkwijze voor de selectie beschreven. Het betrof daar het vaststellen van de waarde van een boom, in vergelijk met de hem omringenden. Het op zijn werkelijke waarde toetsen van een nieuwe ent, wil ik u in enkele woorden schilderen. <br />Het zal de planter opvallen dat een bepaalde zaailing er forser uitziet dan een ander. Wellicht is de vertakking beter, de stam rechter. Wellicht valt de boom op door andere eigenschappen , welke hem als “boom”temidden van anderen doet uitverkiezen, wellicht is het ook de oogster, die de planter opmerkzaam maakt op een extra dikke bastformatie – hoe dat ook zij – een bepaalde zaailing wordt uitverkoren om vergeleken te worden met die enten, waarvan reeds alles bekend is en die door hun diverse eigenschappen gebruikt worden voor speciale gronden, speciale vlakke of hellende terreinen, etc.<br />n de oude tijd geloofde men niet aan het tegenwoordig wel zeer vaststaande feit, dat een bepaalde boom van een bepaald soort “beter” of “slechter” kon zijn dan een andere. <br />Om deze mogelijkheden te bewijzen – het klinkt nu bijna ongelooflijk – zijn er b.v. rubberbomen op de onderneming Tjirandji – de latere producent van buitengewone Hevea-clonen. Deze zijn eenvoudig met kluit en al uitgegraven en op andere punten opgesteld, naast bomen waarmede men hen vergelijken wilde. De oude planters dachten namelijk, dat het beter of slechter zijn van een boom, uitsluitend een kwestie van”betere”omstandigheden was, en niet van “innerlijke “constellatie! Zij hadden beter kunnen weten en de bomen met hun kinderen kunnen vergelijken! De verschillen in dit soort “zaailingen” zijn ons allen zeer duidelijk! ! <br />Van de te onderzoeken zaailing worden dan enten vervaardigd en indien men over een voldoende aantal beschikt, zullen deze vergeleken kunnen worden met andere..Vroeger deed men dit met vakken van 20 bij 20 meter, welke naast elkander gelegen, met diverse enten beplant werden en waarvan de opbrengsten konden vergeleken worden, door het wegen en analyseren van het verkregen product. Een volgend evolutie in de selectie was, dat de vakken niet naast elkaar, doch dambordsgewijs door elkaar werden aangelegd. En de te vergelijken twee of meer entensoorten, meer dan een keer werden geconfronteerd met bekende typen. <br />Men sloot op deze wijze reeds meer de mogelijke grondverschillen uit, welke invloed op de entensoorten zouden kunnen hebben. Maar….deze methode had het grote nadeel dat er zeer veel terrein voor nodig was en dat een enigszins gelijkmatig terrein in de bergen, bijna nooit te vinden is. Ook deze methode werd dus verlaten. De vinding van de holpijp-vergelijk-methode, te danken aan de toenmalige directeur der Gouv. Kina Onderneming: Dr. M. Kerbosch, maakte het mogelijk om reeds tijdens de ontwikkeling der bomen, een inzicht te krijgen in de eigenschappen van de te onderzoeken boom. Om nu de invloed der grondverschillen zoveel mogelijk uit te sluiten werden de te onderzoekenenten in zeer lange rijen naast elkaar geplant, en kon in betrekkelijk klein bestek een uitvoerige proef met tientallen soorten genomen worden. <br />Deze methode heeft de selectie zeer versneld en heeft zeer veel bijgedragen aan de verbetering der aanplantingen op Java zowel als Sumatra. <br />In cijfers uitgedrukt , ziet de vooruitgang der Kinacultuur er als volgt uit:In het begin der twintiger jaren der 19 de eeuw, toen men nog geheel op Zuid Amerika als leverancier was aangewezen, bedroeg het wereldverbruik aan kinine 14.000 kg. In de negentiger jaren was dit tot 70.000 kg. Gestegen, dank zij georganiseerde cultuur. En in 1913 kon als gevolg der Ledgeriana-Moens soortenreeds 500.000 kg kinine worden bereid, welk getal opliep tot 800.000 kg. Kinine. Vlak voor de oorlog, afkomstig van 12.000.000 kg. Bast, hetgeen een gemiddeld gehalte van zes en een half % aan kinine betekent, wortelbast en stambast dooreen genomen. Deze 12.000.000 kg. Bast werden verkregen van ca. 140 ondernemingen, welke in totaal 20.000 ha. Besloegen. De Gouvernements Kina Onderneming Tjinjiroean leverde gedurende langere tijd 10 % van de wereldproductie, geheel Nederlands Indië leverde 90 % van alle kinine ter wereld. ….. En als ik dan even terug denk aan mijn Indonesiër, daar boven op dat plateau, heel hoog boven de Zuidkust….. dan geloof ik toch, dat ik in gemoede mag besluiten met het uitzonderen van de Kinacultuur van zijn alles verslindende golf. Dan geloof ik werkelijk dat het kleine Nederland, met zijn Kinacultuur “iets groots verricht heeft”, iets groots, voor Indonesië, voor de wereld en wellicht ook voor…. zichzelf, Ik dank u voor uw aandacht.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:51:31 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Oogst]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Oogst/oogst1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Oogst/oogst1.html</guid>
    <description><![CDATA[Ik heb u verteld dat er twee soorten complexen aangeplant worden, voor de productie der fabrieksbast en een voor die van de farmaceutische bast. De eerste soort bestaat ofwel uit zuivere Ledgeriana- Moens ZAAILINGEN, of uit Ledgeriana-Moens ENTEN op SUCCIRUBRA onderstam. De tweede soort bestaat uit pure SUCCIRUBRA ZAAILINGEN. De OOGSTMETHODE van deze soorten verschilt aanmerkelijk, wegens het doel waarvoor de bast gebruikt wordt en wegens het grote verschil in gehalte aan kinine der stam-, tak- en wortelbasten. De zuivere Ledgeriana zaailing is dus van top tot teen LEDGERIANA. De Ledgeriana-ent op Succirubra onderstam heeft edele hooggehaltige stam- en takbasten en laaggehaltige wortelbast. De zuivere Succirubra heeft laaggehaltige wortelbast en een zeer speciaal te behandelen stam- en takbast, wegens het doel waarvoor zij gebruikt zal worden. Indien een zuivere Ledgeriana Zaailing gerooid wordt, wordt de boom eerst zorgvuldig ontdaan van zijn takken, door deze af te zagen -niet te kappen, want door kappen ontstaan splinters en verontreiniging van de bast dient voorkomen te worden. Daarna , als dus slechts de stam nog overeind staat, wordt deze vlak boven de immer zichtbare entplaats ontdaan van een ruime bastmanchet en wordt hij geveld, door zaging of kapping. Dan worden de houtdelen zo veel mogelijk verzameld , de boom ontdaan van eventuele grondaankleefsels en met houten hamers geklopt, waardoor de bast loslaat. Deze wordt in een zak, in grove stukken naar de “fabriek”gebracht en daar bij de andere stambasten te drogen gelegd.De wortel wordt zorgvuldig uitgegraven, schoongewassen en daarna op dezelfde wijze, door kloppen dus , van zijn bast ontdaan, waarna deze bast, als zuivere Ledgeriana wortelbast wordt verzameld. Als men te laat is met het rooien van een zieke boom, laat de bast niet meer los en is dit puur verlies. Als soms, door klimatologische omstandigheden de bast erg vast op de stammen, takken of wortels zit, wordt met een benen voorwerp, in de regel een aangescherpte buffelrib, de bast verwijderd. Men gebruikt liever geen ijzeren of stalen gereedschappen om zwart worden der basten te voorkomen. Zoals u weet vormt ijzer met het immer in de basten aanwezige looizuur, inkt, waardoor de kleur ontstaat. De Ledgeriana-ent op Succirubra-onderstam wordt op dezelfde wijze behandeld, waarbij extra zorg moet worden besteed aan het separaat houden der wortelbast, wegens het zeer grote verschil in kininegehalte.De oogst van de Succirubra-bast vertoont een geheel ander beeld. De boom is in tegenstelling met de Ledgeriana’s een rechtstammige, ca. 15 a 20 meter metende boom, terwijl de Ledgeriana’s nooit “hoger”worden dan ca.13 meter. De vertakking is zeer matig, slechts bovenaan vertoont de Succirubra een kruinvorming met kleine takken. De Ledgeriana daarentegen kan reeds op 5 a 6 meter hoogte zeer behoorlijke zijtakken vormen. Op de Succirubra dus, wordt op ca. 1 meter hoogte, een horizontale bastsnede aangebracht en loodrecht daarop, naar beneden – afhankelijk van de omtrek van de boom – enige overlangs sneden gemaakt met een onvermijdelijk, zeer scherp mes. Met de buffelrib wordt nu de bast in plakken verwijderd, welke zeer voorzichtig, zonder ergens mee in aanraking te komen, naar de droogrekken wordt gebracht, zo mogelijk in opgerolde toestand.Daarna wordt de boom geveld met zeer veel zorg, meestal met takels neergelaten op gereedstaande bokken en begint het schilproces over de gehele lengte van de stam. Men maakt van deze basten: pijpen, ruitvormige stukjes en schijven, welke als zodanig elk hun prijs op de internationale markt kunnen bedingen. De employees der diverse ondernemingen stelden er immer een eer in, hun farmaceutische basten met hoge prijzen te zien gewaardeerd. Hiermee is dus in het kort de bastwinning beschreven, maar u zult zich afvragen, wat er na verloop van enige jaren met de “ kip “ is geschied, die de gouden eieren heeft gelegd. Dit vraagstuk, de CONTINUITEIT van bastleveranties, is immer het brandende punt geweest in de kinabast winning. Immers: het winnen van de bast, doodt de boom, doodt de producent. De zorgeloze “cascarillos”, de bastverzamelaars uit de oerwouden in Zuid Amerika, dachten in het begin dat de voorraad Kinabomen nooit op kon, zij pleegden “roofbouw”, rooiden de bomen, die zij tegenkwamen en ontdeden deze van hun basten, zonder ooit een boom te planten. Uit gemakzucht werd soms uitsluitend de bast gewonnen, die tot reikhoogte om de boom zat en liet men de boom aan zijn lot over. Tot op heden is er nooit een kina-onderneming aangelegd in een der landen van oorsprong!Toen de cultuur op Java aansloeg en met oogsten kon beginnen, werden in het begin verticale bastrepen uit de boom gesneden en de wonden bedekt met mossen om aangroeiing te bewerkstelligen. Ook werden de bomen op “stump” gekapt en de uitlopers wederom als nieuwe boompjes geëxploiteerd . Een ander systeem was, het geleidelijk weer bijplanten van de tuinen, waaruit de zieke, of onderdrukte exemplarenwaren gerooid.Al deze systemen zijn echter verlaten. Het “stump”-systeem, omdat men later inzag, dat de wortels doorgroeiden en elkaar dusdanig – onder de grond – concurreerden, dat geen normale groei der uitlopers te verwachten kon zijn. En het “bijplant”-systeem, omdat de schaduw der restant bomen en zeer speciaal de “drup”,- waarvoor de kina zeer gevoelig bleek – het goed ontwikkelen der bijgeplante boompjes, zeer belemmerde. Uiteindelijk is voor een bepaald complex tuinen, het systeem gevonden der OMLOOPSTIJD. Proefondervindelijk werd vastgesteld:<br />A) de bastwaarde van een bepaald areaal,B) de jaarlijkse toename aan bast.<br /><br /><br />Men oogstte dan de rente van het kapitaal, hetwelk in de “tuin”vertegenwoordigd was en controleerde regelmatig of inderdaad het “kapitaal”onaangetast bleef. Zodra een bepaalde teruggang in basttoename geconstateerd kon worden,was het moment aangebroken, dat de gehele tuin gerooid diende te worden. Voor verschillende types aan enten en zaailingen werden deze tijden in jaren en jaren van proefnemingen vastgelegd en de gehele plant-en rooi politiek der onderneming werd daardoor bepaald.Voor Java vond men tijden, tussen de 22 en 27 jaar. Op grond hiervan kon mende onderneming in ca. 30 a 35 gelijke stukken verdelen, op gezette tijden geheel afrooien en na kortstondige reboisatie en grondbehandeling her-planten.Het woord : reboisatie verdient enige toelichting. Normaal betekent het: herbebossing, dus na afrooing van een bos, hetzelfde areaal wederom beplanten met bosbomen. Het woord : reboisatie, wordt bij de kinacultuur gebruikt in die zin, dat het wel een herplanting van afgerooide terreinen met bosbomen betekent, echter deze bosbomen zullen slechts zeer korte tijd worden gebruikt en nimmer opgroeien tot woudreuzen. Het woord betekent in de kinacultuur eigenlijk: Groenbemesting door middel van tijdelijke bosboombeplanting, snoeing daarvan en ondergraving van het groene afval. Reeds jaren was er door de kinaplanters gezocht naar een groenbemester, welke tegelijkertijd in staat was, de bodem tot anderhalf a 2 meter te doordringen en zodoende de luc hthuishouding in de bodem te bevorderen. Na zeer veel zoeken – wederom in vele werelddelen, werden uit Australië zaden ontvangen van ca. 35 soorten Acacia’s, waarvan na ampele selectie er enigen zich uitmuntend leenden voor het doel: In korte tijd, de door de rooing der kinaplantsoenen vrij komende gronden van een nieuwe stikstofinjectie te voorzien en de structuur geschikt houden voor nieuwe boscultuur, want kinacultuur is in wezen: boscultuur. Deze Acaciasoorten werden reeds, voordat er afgerooid werd, geteeld en als twee tot drie voet hoge “stumo” geplant op ca. anderhalf a 2 voet afstand, op het te regenereren terrein. Na aanslag, werden zij gesnoeid en het snoeisel werd zorgvuldig op het terrein uitgespreid. De uit Australië geïmporteerde boomsoorten voldeden zo goed, dat dikwerf bij elke snoei, lagen snoeisel van 30- 40 cm. dik konden achterblijven op de te bemesten grond. Men rekende op ca. 3 snitten per jaar en kon na twee en een half a 3 jaar de bomen rooien en de zeer verbeterde grond, welke daarboven tot ca. 2 meter goed rul was gebleven, wederom opnieuw gebruiken. In de regel werden de jonge acavia-boompjes welke gerooid werden, nog als bodembedekker gebruikt in de jonge tuinen,zodat niets dan voordelen aan deze manipulatie verbonden waren.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:50:52 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Selectie]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Selectie/selectie1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Selectie/selectie1.html</guid>
    <description><![CDATA[U vraagt zich wellicht af, hoe het mogelijk is, om in twijfelachtige gevallen de juiste boom te kiezen, welke verwijderd dient te worden. Hier raken wij het terrein van het gecombineerde veld- het laboratoriumwerk, hetwelk inderdaad de Kinacultuur groot heeft gemaakt.<br />En het mogelijk heeft gemaakt om nauwkeurige veld- beslissingen te nemen op grond van laboratoriumonderzoek. een selectiemethode, gevonden en geperfectioneerd op de Gouvernements Kina Onderneming Tjinjiroean ( d.w.z. de bijen-rivier ; Tjai (rivier) wordt <br />Tji en Njoeran is bij) wordt momenteel als volgt toegepast. <br />Vanaf de entplaats der bomen, wordt met verf, welke zeer afsteekt tegen de bruingroene bast (oranje), een streep gezet op een meter hoogte. De omtrek der boom wordt op gezette tijden, meestal 2 maal in het jaar, gemeten. <br />Vlak boven deze streep wordt met een nauwkeurig op maat gedraaide holpijp, welke aan de voorzijde is aangescherpt, een rond schijfje bast uit de boom gestoken. De oppervlakte van de binnenmaat dezer holpijp is precies 1 vierkante cm. Dit bastschijfje wordt gedroogd en geanalyseerd, waarna uitgerekend wordt hoeveel kinine er in een mancet zit van 10 cm. Hoogte. Dit is het vergelijkingsgetal tussen de diverse bomen, dat met grote nauwkeurigheid de merites der diverse bomen aangeeft. <br />Op grond van deze cijfers kan dus de waarde van elke boom worden bepaald. Ik kom hier nog nader op terug. En als dan na vier-vijf jaar de, inmiddels in getal geslonken tuin, maar in waarde toegenomen plantsoenen, van jonge, praktisch niets producerende complexen tot producerende kinatuinen zijn geworden, kan de planter met trots op zijn werk terugzien. Regelmatige uitdunning, regelmatige snoei, levert de kinabast op, welke op de nu te schilderen wijze geoogst wordt.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:50:07 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Planten]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Planten/planten1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Planten/planten1.html</guid>
    <description><![CDATA[ls dus het plantmateriaal gereed , en zijn de weergoden ons gunstig gezind , dat is in de regel zo tegen medio oktober het geval, en de plantkuilen gemaakt zijn, dan kan het planten beginnen.Een plantkuil is een cilindervormig gat van ca. 50-60 cm. diepte, waarin een kleine plantheuvel is gemaakt, welke dient om beschadiging der haarwortels te voorkomen. De haar wortels worden zeer voorzichtig op de plantheuvel uitgespreid en geleidelijk wordt het plantgat, de plantkuil gevuld.. Een te losse opvulling heeft inrotting tengevolge, door het te veel indringen van het regenwater. Een te vaste vulling kan afknappen der tere wortels ten gevolge hebben en latere dood of ziekte met zich mee brengen. Is het terrein vrij vlak, dan wordt geplant in ruit-verband op vier voet afstand. Is het geaccidenteerd, dan wordt geterrasseerd en op de terrassen wordt dan nog zoveel mogelijk het verspringende verband aangehouden.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:49:19 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Plantenmateriaal en kwekerijen]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Plantmateriaal-en-Kwekerijen/plantenmateriaal-en-kwekerijen1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Plantmateriaal-en-Kwekerijen/plantenmateriaal-en-kwekerijen1.html</guid>
    <description><![CDATA[Wij nemen aan dat de nieuw te vestigen onderneming haar plantmateriaal zelf vervaardigd uit aangekocht zaad en aangekocht entrijs. Het zaad kost momenteel ca. 25 gulden per gram, inhoudende ca. 2500 zaden per gram. Het zaad komt uit de doosvruchten der Rubiaceeen, welke in trossen worden verzameld, in gazen kooien worden gedroogd en nagerijpt en zeer zorgvuldig gesorteerd. Het eigenlijke zaad is een hard kerntje in een vleugelvormig vlies. De sortering geschiedt door telkens een kleine hoeveelheid op een van onder beschenen matglazen plaat uit te strooien en met een kippenveer het loze zaad van het van – een – kern – voorziene zaad te scheiden. Het aangekochte zaad mag geen loze vliezen bevatten. Dit zaad wordt uitgelegd op kiembedden, keurig verdeeld in vierkante meters, waarop elke vierkante meter niet meer dan 4 gram zaad wordt “geblazen”. De uitzaaier neemt daartoe een weinig zaad op de vlakke hand en blaast dit zodanig op de betrokken vierkante meter, dat een juiste verdeling der zaadjes ontstaat. “Goed”zaad kan tot *0% aan plantjes opleveren. Het kiembed, al of niet voorzien van glasraam, beschut tegen direct opvallend zonlicht door een zgn. Ätap”- dak, een gevlochten grasdak, waarlangs ook de regen prachtig kan glijden.Het gieten der kiembedden is een zeer voorzichtig werk , aangezien een te harde straal op de dicht- opeengepakte zaadjes vallend, verlies aan plantjes kan teweeg brengen.Na ca. drie weken zijn de zaadjes ontkiemd , na ongeveer twee maanden zijn zij verspeenbaar, d.w.z. overbrengbaar naar een speenbed, waar zij opgekweekt worden, om na ca. 9 ,maanden op kweekbedden in de openlucht kunnen worden gebracht. Waren dit Cinchona Ledgerina Moens zaden, dan laat men hen daar staan tot de plantsoenen, of de tuinen, gereed zijn en het planten in de volle grond kan beginnen. Waren het Cinchona Succirubra’s, dan wordt hiervan een deel afgezonderd voor een zuivere Succirubra aanplant. Een ander deel wordt verent volgens de zgn. zijdelingse plak-ent methode. Een takje van tenminste twee internodien wordt daartoe schuin afgesneden, het ondereinde wigvormig gemaakt en in een inkeping van het onderstammetje gebracht, zodanig, dat de twee cambiumlagen elkaar raken. Het geheel wordt tegen vocht, uitdroging en grote hitte beschut door een raffia omwinding en met entwas afgedekt. Na ca. drie weken kunnen de eerste uitlopers zich ontplooien en zijn er minstens vier volwassen bladeren, dan kan de onderstam even boven de entplaats worden afgezaagd. Is het takje dan wederom verhout, dan kan men dit op ongeveer 30 a 40 cm. van de entplaats afzagen en is de “bibit”d.w.z. het plantmateriaal gereed voor overplanting. <br />Uit dit alles is u duidelijk geworden, dat reeds twee jaar voor de grote ontginning, met dit vervaardigen van plantmateriaal moet worden begonnen, indien men niet door aankoop daarvan in zijn behoefte wil voorzien, maar dit geheel in eigen hand wil houden. <br /><hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:48:42 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Ontginning en Planting]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Ontginning-en-Planting/ontginning-en-planting1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Ontginning-en-Planting/ontginning-en-planting1.html</guid>
    <description><![CDATA[<strong>….En dan vind je bij Paal 3 een kleine “terussan” ( doorgang) naar de Gouvernementsgrens, waaraan onze concessie gelegen is. </strong><br /><strong>Je kunt morgen vertrekken”…..</strong><br /><br />Er werd gewerkt in Indonesië in die dagen,en weinig woorden hielden opdrachten in voor jaren. De jonge employé, klom op zijn paardje, reed de onverharde bosweg af, tot paal 3 ,, de oudtijdse kilometerscheidingen en vond een kleine opening in de wal van groen, welke links en rechts zijn pad had begrensd, en inderdaad, na enig zoeken was daar een klein heuveltje van ca. 2 meter hoog, bekroond met een witgeschilderde steen, waarop een zwart Gouvernementsnummer hem oriënteerde en het begin was van de concessie, bestaande uit enige honderden hectaren oerbos. Ongeveer in het midden was een bron, waarbij het goed wonen zou zijn. Enige tientallen Inlanders waren meegetrokken naar de nieuwe ontginning en in luttele dagen tijds, was er een optrekje van bamboestijlen en gevlochten bamboewanden, bedekt met gras-vlechtsels, die de zware tropische regens konden weerstaan. De bron zorgde voor vers water, het bos zorgde voor versvlees en groenten… en het leven kon beginnen.Zo’n nieuwe ontginning trekt veel mensen aan, echte ontginners, die van werk tot werk trekken, weinig nodig hebben voor hun onderdak, zeer handig zijn in de ”wetenschap van het bos” en van “niets”, “iets” konden maken. Binnen een week heeft men - in normale omstandigheden – beschikking over honderden werkkrachten, die meestal met hun eigen gereedschap, als kapmes en bijl, de eerst grote werkzaamheden kunnen entameren.Het allereerst werk van de ontginner is: de verdeling van het terrein. In Nederlands Indië gold eertijds de Rijnlandse roe, een maat van 3,79 meter als grondmaat. Later bij de strakke doorvoering van het tientallig stelsel in maten en gewichten, omgezet in een “Roe”van 4 meter. Men zette vijf van deze maten uit, strak horizontaal gemeten in zuivere Noord-Zuid richting En had zijn eerste sleuf van 20 meter in de groene wal geboord. Voorop kappers, helemaal achteraan de employé, met zijn equerre . Dit is een kijker, die het mogelijk maakt loodrecht op elkaar staande lijnen uit te zetten, voorzien van een kompas om de hoofdrichtingen aan te geven. Zo kon de employé de juiste lijn bewaren.Deze uitzetting werd vijf maal herhaald en de eerste hectaarlijn was geboren. De stukken van 20 meter werden gemerkt met een in de grond geslagen staak, die later vervangen werd door een zeer recht groeiende palmsoort, de Hanjoewang. Na aldus 100 meter Noord-Zuid te hebben gemeten, werd haaks daarop, zowel naar links als naar rechts de Oost-West lijn uitgezet, net zo lang tot de hele concessie, welke gevangen was in een band van “witte stenen bergjes” in keurige kwadraten was verdeeld. Inmiddels begonnen reeds de aanwezige werkkrachten met het kappen van het onderbos. In grote rijen naast elkaar, werd de ondergroei aangevallen, bamboestruiken, rottansoorten, lianen en tot dijdikke boompjes werden gekapt en er bleven de woudreuzen over,welke tot veertig, vijftig en zelfs zestig meter hoog in de lucht boorden.Het tweede werk was het kappen dezer bomen. Bij dit kappen werd gestreefd naar het vallen in de richting welke de helling van het terrein vertoonde. Immers, een boom, loodrecht op deze helling liggende, zou na de planting, bij eventuele verschuiving door regen of anderszins een enorme ravage kunnen aanrichten.Als dan het oerbos geveld is over de enige honderden hectaren tellende concessie, begint het werk van het opruimen en het kappen van de takken van de bomen. Het zou ondoenlijk zijn alle bomen op te ruimen. Reuzen van 2 tot 4 meter doorsnee kan men niet te lijf gaan met een “vuurtje stoken”, noch kunnen deze bomen met mankracht alleen – de enig aanwendbare kracht in het bergterrein – weggehaald worden of verlegd. Een eerste vereiste is dus, de juiste velling, een tweede, de oordeelkundige opzaging van die houtsoorten welke geschikt zijn voor latere bouwwerken.Na dit alles volbracht te hebben – zo mogelijk op de stronken – van takken en inmiddels opgedroogd onderbos een vuur te maken, waarbij zeer oordeelkundig te werk gegaan moet worden. Een bosbrand op Java kan honderdduizenden hectaren vernietigen. Een binnen de perken gehouden brand kan zelfs nog schade brengen aan de zo nodige humuslaag, de vruchtbare bovenlaag van de grond. Vandaar dan ook, dat op de branddag, elke beschikbare kracht aanwezig is, gewapend met groengebladerde takken om overspringende vonken de baas te blijven en alles zo goed mogelijk te laten verlopen. En dan ligt daar de vruchtbare grond, vragend om bewerking. De tracés voor de bandy- of autowegen worden uitgezet, de kleine horizontale en 1/10 verbindingswegen worden aangelegd, de afvoergoten worden gemaakt op de ruggen der bergen en de verbindingsgoten komen tot stand. Daarna de grondbewerking, soms ook gelijktijdig verricht, welke steeds zo uitgevoerd moet worden, dat de kostbare humuslaag niet te loor gaat, maar immer weer “boven” komt te liggen. Is dit alles volbracht en is het terrein van dien aard dat terrassering nodig is, dan worden, iets naar binnen hellende terrassen aangelegd en het planten kan beginnen. Als…. er tenminste voldoende plantmateriaal is.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:47:54 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[De Jacht]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/De-Jacht/de-jacht1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/De-Jacht/de-jacht1.html</guid>
    <description><![CDATA[En van dat jaar af begint de romantische, in het geheel niet ongevaarlijke jacht op het BRUINE GOUD , de jacht naar zaden en planten van de Cinchona. De namen van degenen die zich met deze jacht zouden bezig houden, de minister van koloniën: Pahud de Mortanges; en de consul te La Paz., Schukraft. en de overbrengers van zaden en planten: Hasskarl en Ledger, en de scheikundige: Moens : vinden wij later terug in de soorten welke naar hen genoemd zijn. De soorten waaronder zeer speciaal de Cinchona Ledgeriana Moens, een ereplaats zal krijgen in de zgn. Kinaplantsoenen op Java. Hasskarl verliet op de 4 de December 1852 Nederland en arriveerde maanden later in Lima, de hoofdstad van Peru. Hij verbleef daar drie maanden en leerde Spaans, het echte Spaans wordt nog immer in Peru alleen gesproken, zeggen de Peruanen, omdat de rest van Zuid Amerika te zeer vermengd is met andere rassen en geen zuiver Spaans meer kan opleveren. Hij leerde dus de taal als ook het volk grondig kennen en kon naar de binnenlanden vertrekken met de nodige aanbevelingsbrieven voor plaatselijke grootheden, als wetenschappelijke ontdekkingsreiziger. Weliswaar was er geen enkel uitvoerverbod op Kinaplanten of zaden, maar het is begrijpelijk dat de bastverzamelaars, uitvoer van de “ kip”, welke de gouden eieren legde, niet zonder tegenwerking zouden laten.10 Mei 1853 vertrok hij naar de bergen en kon zes maanden later een grote hoeveelheid planten naar Lima verzenden. Een helper verzond deze prompt naar Panama, maar de planten bleven daar vijf lange tropische maanden liggen, door een slechte regeling van de afvoer aldaar, met het noodzakelijke gevolg, dat alle planten stierven. Slechts het zaad kon worden gered en dit werd apart verzonden. Een tweede reis moest door ziekte en binnenlandse onlusten worden afgebroken. Doch een derde reis in Mei 1854 ondernomen leverde een vijfhonderdtal in goede staat verkerende planten op, die op Hasskarl’s verzoek met een Nederlands oorlogsfregat: De Prins Frederik der Nederlanden”voor de Peruaanse kust werden weggehaald en via de Karolinen, .Nieuw Guinea en de Phillippijnen naar Indië werden overgebracht.De reis was moeilijk. Een typhoon in de Chinese Zee bedreigde het fregat en zijn kostbare lading en putte de bemanning uit. Toen dan ook de 3 de December 1854 het schip moeizaam de haven van Makassar binnenliep, besloot de kapitein, vooreerst niet verder te gaan, om schip en bemanning wat rust te gunnen. Hasskarl, de doorzetter, vreesde een tweede “Panama “ . En stelde zich in verbinding met Batavia. Hij verkreeg een marine-stoomschip “De Gedeh”, waarmede hij dan eindelijk op de 13 de December 1854, dus twee jaren na zijn vertrek uit Nederland, in Batavia kon aankomen. Van de 500 planten leefden er nog 75, ondanks de verpakking in zgn. Wartse kisten ( kisten, waarin een bepaalde temperatuur en vochtigheidsgraad kon worden bewaard.). De planten werden overgebracht naar een dependance van de plantentuin in Buitenzorg, namelijk : de Tjibodastuin, op 1500 meter tegen de Gedeh gelegen, waar ook reeds een 100 tal planten waren gekiemd, uit de zaden, welke in 1853 uit Panama nog gered hadden kunnen worden.De vreugde in Nederland, zowel als op Java was groot en de woorden van waardering door de schrijver van het standaardwerk over de Kina: Bernelot Moens, aan Hasskarl gewijd, als “eerste overbrenger van levende kinaplanten naar een land, waar een rustig bestuur en een goed klimaat een redding van het zo zeer begeerde geneesmiddel zou kunnen betekenen”, zijn dan ook ten zeerste verdiend.<br />Hasskarl werd de eerste directeur der Kinaplantsoenen, maar moest helaas na ca. anderhalf jaar wegens gezondheidsredenen naar Europa. Hij werd opgevolgd door de op Java zo vermaarde Junghun. Een man, die voor alle cultures op Java de grondlegger mag worden genoemd. Deze man had bodemkaarten vervaardigd in de jaren 1850 – 1860, welke nog immer toonaangevend zijn voor de cultuurgebieden van Java. Ook Junghun ging – na enorme uitbreiding aan de kinacultuur te hebben gegeven, - in 1864 heen en werd opgevolgd door Van Gorkom. Deze voerde ruim veertig jaren het beheer over de “cel”-onderneming van de Kinacultuur, met name Tjinjiroean. Het is aan van Gorkom te danken, dat heel nieuwe methoden de cultuur hebben behouden en groot gemaakt. Immers, niets ten nadele gezegd van zijn voorgangers, maar bij Hasskarl, zowel als bij Junghun heerste de overtuiging, dat de kinaboom geplant moest worden in een oerbos. De boom was in een oerbos gevonden, had dus blijkbaar behoefte aan schaduw der woudreuzen, dus moest het ook daar in weer geplant worden. Deze denkfout werd door van Gorkom grondig hersteld. Wellis waar was de boom in het oerwoud gevonden, maar geleidelijk opgegroeid met de woudreuzen en had , althans in zijn jeugd, zeker behoefte aan zon. Van Gorkom, was de stichter der open terreinen, geheel schoongemaakt en gezuiverd, waarover later meer, waar de kinaboom zich prachtig kon ontwikkelen. Een tweede, zeer gunstige omstandigheid, welke bij zou dragen tot deze enorme bloei, was het aankopen van een pond kinazaad, aangeboden door George Ledger, een broer van een woudloper uit Zuid Amerika. Die 500 gram zaad, inhoudende ca. 1250.000 zaden, was geweigerd door de Engelse regering, echter goedgekeurd door Prof. Miguel uit Leiden, en onmiddellijk verzonden naar Batavia Daar werden ze door van Gorkom in ontvangst genomen en toen bleek, dat dit zaad zeer kiemkrachtig was, werd de originele aankoopsom van 100 gulden verhoogd naar 500 gulden! Toen later bleek, welk uitzonderlijk goede kwaliteit deze soort,, naar de vinder Cinchona Ledgeriana genaamd, vertoonde, verkreeg deze vinder een jaargeld van 1200 gulden. <br /><br />De basten, verzameld van de boompjes welke in 1872 reeds gewonnen konden worden bleken een zeer hoog kininegehalte te hebben. En door intense samenwerking van de planter van Gorkom en Bernelot Moens, de scheikundige, werden uit deze hoeveelheid de MOEDERBOMEN gewonnen, welke geheel de kinacultuur van Java zouden dragen. Uit dankbare, en wel verdiende gedachtenis heten deze soorten CINCHONA LEDGERIANA MOENS. Tot goed begrip van de waarde welke moet gehecht worden aan de onderzoekingen en selectie-methoden van Moens en van Gorkom, dient een opsomming van de bestanddelen van de Kinabast. De alkaloïden dezer bast zijn: Kinine, Cinchonine, Cinchonidine en Kinidine, zoals u reeds werd vermeld bij de vermelding van het eerste onderzoek door Pelletier en Caventou.Het werkzame bestanddeel bij uitnemendheid is de Kinine. En aan Moens komt de eer toe dit het eerst te hebben ontdekt. Hij selecteerde dus zijn basten op het kinine gehalte en niet op het totale alkaloïden gehalte, wat b.v. de Engelsen deden, die ook niet hadden stilgezeten, maar op het verkeerde paard weddende , zeer mooie soorten kweekten, echter met gering kininegehalte. Ook de Nederlanders kenden deze soorten, waarvan de belangrijkste nog immer is de CINCHONA SUCCIRUBRA, d.w.z. de Kinaboom met rood sappige bast. Zij gebruikten deze basten voor verkoop aan de fabrikanten van Kinawijn., KINA_ LA ROCHE, Kinatinctuur, Kina druppels en verdere tonica, dus voor specifiek farmaceutische doeleinden. Zij gebruikten de boompjes, als jonge boompjes, voor ondersteuning van de hoogwaardige Ledgeriana – enten. Het bleek namelijk, dat de Cinchona Succirubra een zeer sterke constitutie had, weinig beïnvloed werd door grondvarianten en zeer resistent tegen ziekten. <br /><br />De delicate Ledgeriana liet zich zeer goed enten op deze onderstam en zodoende konden de twee meest gunstigste eigenschappen: HOGE OPBRENGST en ZIEKTERESISTENTIE door het werk van de planter van GORKOM worden verenigd. De combinatie van het praktische planterswerk met het grondige wetenschappelijk onderzoek, zou dan ook de kinacultuur immer kenmerken als een afgerond geheel, waarin geen plaats was voor plotselinge verrassingen, noch van de kant van Moeder Natuur, noch op scheikundig gebied. De ondoorgrondelijke scheikundige processen in de reageerbuis, lenen zich niet voor schildering in deze lezing, des te meer echter een overzicht van het omvormen van een woest oerbos tot een goed functionerende onderneming. Het woord in het Nederlands is : Plantage, het mooie ambtelijke woord luidt: Kinaplantsoenen en het huis- tuin- of keukenwoord van de planter spreekt eenvoudig over de Kinatuinen.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:46:40 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
  <item>
    <title><![CDATA[Geschiedenis]]></title>
    <link>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Geschiedenis/geschiedenis1.html</link>
    <guid>http://probeno.com/nedindie/Mijn-Verhaal/Kinacultuur/Geschiedenis/geschiedenis1.html</guid>
    <description><![CDATA[Wij steken in gedachten over een paar oceanen en zien in het jaar 1630 een door koortsen geteisterde inboorling van Peru, zich moeizaam naar een meertje slepen in het oerwoud van het berggebied van deze Zuid-Amerikaanse staat. Deze inboorling deed, wat een ieder zou doen, die zich koortsig voelt. Hij tracht te drinken en de vreselijke dorst te lessen, die het gevolg is van langdurige hoge temperaturen. Hij dronk en viel aan de kant van het meertje in slaap, ontwaakte en voelde zich verkwikt. Hij dronk weer van het heilbrengende water en merkte de bittere smaak, maar telde deze niet. Hij verbleef enige tijd bij het bergmeertje, voorzag in zijn eerste levensbehoefte door de producten welke een Zuid-Amerikaans oerbos in grote hoeveelheden oplevert en dronk, dronk en dronk. Na enige dagen spoedde hij zich naar de hoofdplaats van het district, Puno, waar hij de blijde mare verspreidde, dat in de bergen een wondermeertje was, welks water in staat was de zo hevig woedende malaria-koortsen te bedwingen.Het wilde, dat juist de corregidor van LOxa: Don Juan Lopez de Canizares, zelf door koortsen gekweld terneer lag. Deze zond zijn dokter naar het meertje. Enige tijd later kwam zijn lijfarts terug , niet alleen met het bittere water, maar ook met grote hoeveelheden bast, afkomstig van een in het meertje gevallen boom, welke kennelijk de bittere smaak aan het water had toegevoegd. Ook de Corregidor genas en spoedde zich naar de lijfarts van de Gravin del Cinchon, echtgenote van de onderkoning van Peru, die onmiddellijk het grote belang van deze ontdekking inzag. En daarin gesteund door haar echtgenoot, alles liet doen om zo snel mogelijk, grote hoeveelheden der “wonderbast” te verzamelen. De latijnse naam der kinaboom, heeft aan deze Vrouwe haar naam te danken. Wij kennen de kinaboom als CINCHONA, de naam dus , die teruggrijpt op het grijs verleden en ons de herinnering bewaart aan de romantische oorsprong van dit zo zegenrijk geneesmiddel. ( Uit Lineus)De kinabast in gemalen vorm heeft dan ook tijden lang als naam gedragen: Polvo de la Condesa:Gravinnenpoeder, of , naar de ijverige verspreiders hiervan, de Paters jezuïeten: Paterspoeder of Jezuïetenpoeder. Omstreeks 1640 werd de eerste kinabast in Spanje ingevoerd en werd door de toenmalige grote geneesheren, waaronder Herman Boerhave en de Engelsman Sydenham, na ampele proefnemingen, met grote instemming ontvangen en voorgeschreven. Oude recepten, welke bewaard zijn gebleven bevesti8gen het gebruik hiervan, reeds in de 17 de en de 18 de eeuw. Doch…. er was een groot bezwaar, met name de zeer hoge prijs van dit prachtig geneesmiddel, maakte het onmogelijk om hiervan een voor de mensheid juist gebruik te kunnen maken. De ongeregelde toestanden in de Zuid-Amerikaanse republieken – men had inmiddels ook in de oerbossen van Bolivia en Chili de “wonderboom” ontdekt – maakten de regelmatige aanvoer van basten zeer problematisch. Het geknoei met mengingen en onzuiverheden, deden afbreuk aan de goede naam van het product. En zo zou bijna dit praktisch onvervangbare geneesmiddel voor de mensheid verloren zijn gegaan. In 1820 echter werd nieuwe interesse gewekt voor de kinabast, door de heren Pelletier en Caventou. Vermaarde scheikundigen uit Frankrijk. De wetenschappen hadden vorderingen gemaakt en zodoende was het mogelijk gebleken de werkzame bestanddelen uit de bast af te zonderen. Het bleek deze heren, dat een bepaald alkaloïde, door hen KININE genoemd, het belangrijkste koortswerend middel was. Zij konden dit afzonderen uit de basten, naast KINIDINE , CINCHININE en CINCHONIDINE en naast de normale vulling van een bast, welke circa 94 % besloeg en volkomen waardeloos was. Toen was het dus mogelijk het geneesmiddel behoorlijk te doseren, af te wegen, en zijn werkzaamheid grondig te toetsen aan de zich – in de klinieken – voordoende gevallen. Maar ook TOEN werd het vraagstuk der geregelde bastaanvoer eerst recht dringend, temeer zo, daar bleek, dat de basthalers in Zuid Amerika, de zgn. cascarillos, zwaar roofbouw hadden gepleegd en nimmer geprobeerd hadden de Kina boom te telen, zodat zij gedwongen werden immer verder en verder het oerwoud in te trekken om de zo zeer begeerde basten te bemachtigen. <br /><br />De Europese regeringen met grote door malaria besmette gebieden, hetzij in hun eigen land, - - wij denken hierbij aan de zeer ongezonde toestanden in Noord Holland, vlak ten Noorden van Amsterdam, of in hunne toenmalige koloniën - - zagen uit naar middelen om zich zaden en plantmateriaal te verschaffen van de zo zeer begeerde Cinchona.Toen dan ook nog de prijs van een kilogram kinine opliep tot FL 1350,- in het jaar 1824 ( en dat waren nog Guldens! ), besloten zowel de Engelse, Franse en Nederlandse regeringen alles in het werk te stellen om zich op EIGEN TERRITOIR kina-aanplantingen te verschaffen.<br /><br />Hij werkte in deze onderneming totdat in het jaar 1925, de mogelijkheid werd geopend om ontginningsemployé te worden op een nieuw te openen afdeling van de G.K.O., welke uit een der bosgebieden van de Pengalenganse hoogvlakte zou moeten worden ontgonnen.<hr>]]></description>
    <pubDate>Fri, 01 Apr 2011 18:45:38 +0000</pubDate>
    <dc:creator>admin</dc:creator>
  </item>
</channel>
</rss>
